Reisverslag La Palma apr/mei 2022; dit keer gelukkig onder betere omstandigheden

cloudbuster

blik op oneindig
De vorige keer La Palma is nog niet eens zo gek lang geleden (zie link vorig verslag) maar aangezien de Cumbre Vieja toen lava en as stond te spuwen waren de omstandigheden beduidend minder dan ik gewend ben op het eiland… Nu dus in de herkansing in een seizoen dat doorgaans erg goed is (mei is hier de beste maand van het jaar voor waarnemen). De vooruitzichten waren in ieder geval al bijna perfect te noemen. Dit keer reizen Jan en ik samen op 29 april af naar het mooiste eiland ter wereld. Hier zijn de nachten nog lang en kunnen we genieten van 8 uur astrodonker en dan kun je in 5 dagen heel wat doen. Een soort “werkweek” dus, maar dan ‘s nachts 😊

De 16” Alkaid was reeds aanwezig op het eiland en dit keer kwam er ook het volgplatform bij, gemaakt voor waarnemen op deze meer zuidelijke breedtegraad. Het schetsen zal dus nu wat eenvoudiger gaan. Op het programma staan een paar dwergstelsels, misschien een planetaire nevel, maar vooral veel Arps en toch ook nog wat Messiers die ik niet eerder geschetst heb (of het is al lang geleden). We komen op vrijdag pas om 20:30 bij het huisje aan, dus dat betekent snel spullen uitpakken, telescopen opstellen, hapje eten en waarnemen maar!

Opmerking: de schetsen zijn het best zichtbaar in het donker (met aan het donker aangepast pupillen). Overdag (en zeker met een felle zon) is er bijna niets te zien.

Vrijdag 29 April Puntagorda (22:00 – 4:00)

De aanvankelijk lage bewolking die we hier zo vaak zien als mist tussen de naaldbomen lost mooi op na zonsondergang en er wacht een volledig heldere en droge nacht. De SQM loopt op tot 21.7 na middernacht; een prima waarde voor een sessie bij het huisje (mijn meter heeft nog nooit meer dan 21.83 aangegeven).

Ik trap af met LEO I om de hemelkwaliteit te beoordelen. Deze is vlot te zien (ook met Regulus in beeld) en dus ga ik verder met Arp 307. Deze bestaat uit de hoofdstelsels NGC 2872 en NGC 2874, waarbij de eerste het helderst is en rond met een heldere kern. Bij 2874 zou een spiraalarm zichtbaar zijn als kenmerk, maar die zie ik niet. Wel is aan het einde van de NO tip een plukje te zien. Er vlakbij is NGC 2873 zwaar perifeer te zien als een vlekje. Deze schets komt (net als alle volgende Arps) wellicht nog in het speciale Arp topic terecht als ze de moeite zijn, ze komen sowieso allemaal op mijn website te staan binnenkort.

Dan volgt Arp 142 en dit is wel een aparte. Twee kleine stelsels zijn dicht bij elkaar te zien in een geconcentreerd sterveldje. Te zien is dat ze invloed op elkaar uitoefenen; NGC 2936 krult als een banaan om NGC 2937 heen (klein dotje, vooral perifeer). Het duo is met direct zicht te zien. Het kleine en zwakke stelsel MAC 0937+0246 blijkt een brug te ver.

Dan tijd voor een showpiece: M65 van het Leo Triplet. Wat een helder ding is dit vergeleken met het zwakke spul van net! Een dikke edge-on vult een goed deel van het beeld op in de 7mm, de Z zijde (links) is wat voller en helderder, vooral langs de O rand. De kern is stellair, met daar omheen een kort ovaal helder gebied. Tegen de galaxy aan is een sterretje te zien en aan de N zijde (rechts) is heel zwak een knoopje te ontwaren. De W zijde van de galaxy is scherper begrensd, wat duidt op een stoflaan, maar deze is niet als zodanig te zien (geen neveligheid aan de overzijde van de scherpe begrenzing).

M65.jpg

Hierna ga ik weer verder met wat Arpjes. NGC 3981 (Arp 289) is een wat asymmetrisch exemplaar. Het wat vlokkerige kerngebied is met direct zicht te zien, maar perifeer wordt het stelsel een stuk langer. De Z zijde is het langst en lijkt wat af te buigen, de N zijde is korter maar wel vrij breed.

Arp 240 is een helder duo, bestaande uit NGC 5257 en NGC 5258. Beide zijn met direct zicht te zien en zijn ongeveer even helder. Het kerngebied van de twee is niet noemenswaardig helderder. 5257 is rond (iets afgeplat) en 5258 lijkt wat langer. Bij deze laatste is een zwak sterretje op de N tip te zien. De “brug” tussen de twee (het kenmerk) zie ik niet.

Nadat ik bij Jan een mooie M104 heb gezien besluit ik deze ook maar weer eens op te zoeken omdat het al lang geleden is voor mij. Hij valt niet tegen… Als het object in beeld zeilt is de eerste indruk een zeer heldere naald met een compacte kern. Er bovenop ligt onmiskenbaar een stofband als een vette zwarte streep. Boven deze “schotel” is zwak, maar duidelijk een “dakje” te zien. Het stelsel heeft erg veel weg van NGC 4565 (Needle Galaxy), maar is wel boller en korter. Met recht een showpiece deze Sombrero.

M104 2022 uitsnede.jpg

Ik besluit nu voor twee uitdagende objecten te gaan, allereerst Pal 5 die eerder met dezelfde telescoop al een mislukte (op de Col du Galibier). Maar ook nu kan ik mezelf er niet van overtuigen de zwakke bolhoop los te weken van zijn achtergrond. Ook NGC 6380 lukt dit keer weer niet, de piepkleine bolhoop is met geen enkel oculair overtuigend te zien. Frappant is dat de bolhoop Ton 2 (die er vlakbij staat) wel te doen is. Daar is met perifeer kijken overtuigend een zwak dotje te zien.

Dan nog een laatste Arp voordat de pijp echt leeg is: de NGC 5566 groep (Arp 286) en hier valt gelukkig niet naast te kijken (het is dan ook een H400 object). NGC 5566 zelf is het meest prominent en is zeer helder met een iets ovale kern. Het zwakke buitengebied gaat aan me voorbij. NGC 5560 is ook goed te doen en met direct zicht te zien als een dikke streep. NGC 5569 maakt de groep compleet en is moeilijk perifeer zichtbaar als een ronde klont zonder centrale verheldering.

Na 6 uur waarnemen is het mooi geweest voor de eerste nacht. Deze is maar vast binnen.

Zaterdag 30 april Puntagorda (22:15 – 3:15)

Op zaterdag rijden we naar Los Llanos om boodschappen voor de week te doen en nemen een kijkje bij de uitgedoofde vulkaan. Deze is nog maar een slap aftreksel van een paar maanden eerder en steekt als een rotte kies uit het landschap omhoog. Hij ademt nog wat laatste restjes giftige dampen uit en het vulkaangebied erachter is dan ook nog steeds niet toegankelijk voor publiek.

IMG_7901.jpg

Het weer is wederom uitstekend te noemen en ’s avonds doen we weer een waarneemsessie bij het huisje. De SQM komt op 21.65, maar loopt later wat terug tot 21.55 waarschijnlijk door wat vocht dat in de lucht hangt (maar het is niet veel). We genieten van een onbewolkte, transparante hemel, maar de seeing is niet goed (ongeveer net als in NL). Het is een avond van veel Arps, waarvan eentje ook een Messier is. Ook wordt een bezoek gebracht aan Omega Centauri die fenomenaal is in de Nagler 26T5. Een vergroting boven de 100x maakt de bolhoop al erg troebel en trillerig, de lage stand aan de hemel helpt natuurlijk ook niet mee.. Ik vink nog een bolhoop af die ik niet eerder zag: NGC 6256, gemakkelijk te zien.

De eerste Arp, of eigenlijk twee Arps in één beeldveld zijn Arp 137 (NGC 2914) en Arp 232 (NGC 2911). Beide zijn met direct zicht te zien en zonder enige herkenning van details. NGC 2911 is het grootst, het is iets ovaal en heeft een heldere kern. Het sterretje er net tegenaan zie ik. NGC 2914 is wat kleiner en zwakker, maar toch ook met een wat heldere kern. Bij deze is wel een zwak sterretje te zien net buiten de glow.

Arp 221 bestaat uit een piepklein groepje. Van de grootste; MCG-2-25-6, is de kern net met direct zicht te zien. Het begeleidertje (dat geen eigen aanduiding heeft) is moeilijk perifeer zichtbaar en samen vormen ze een driehoek met een sterretje. MAC 0936-1120 blijft verborgen, misschien omdat een behoorlijk heldere ster stoort in hetzelfde beeldveld.

Tijd voor een showpiece tussendoor: M66 (toevallig ook een Arp trouwens), een ander lid van de Leo Triplet. Natuurlijk helder en groot. Helderder dan M65 en ook wel fraaier. De kern is klein (niet stellair) en veel helderder dan de buitendelen. Perifeer is het stelsel te zien als een platte rugbybal met ook wat puntige uiteinden. Er zijn twee spiraalarmen te zien, de onderste (N) als een haak is het helderst en steekt goed af tegen een donkere inham. Aan het eind is een pluk neveligheid te zien. De Z arm is wat zwakker, maar lijkt wel iets verder door te lopen. Halverwege bij de knik van deze arm is een knoopje te zien.

M66.jpg

Door met een fraaie Arp waar ik me erg op verheugd heb en waar timing wat belangrijker is omdat deze zelfs hier vrij laag staat: Arp 153, ofwel Centaurus A. Deze schets laat ik hier alvast zien, omdat het ook een Caldwell is en die lijst ben ik ook nog steeds aan het afwerken. Centaurus A is groot en daarom kies ik voor de 10mm om een mooi overzicht te laten zien. De galaxy bestaat uit twee helften, waarvan de bovenste (Z) het kleinst is en tevens het helderst. Er staat duidelijk een sterretje in deze bovenkant van het “broodje”, maar perifeer zijn er nog twee sterretjes in te zien. De onderste helft is platter, golvend en loopt wat verder door aan de linkerkant. De twee helften worden gescheiden door een machtige stoflaan die aan de linkerzijde wat breder is. Aan deze kant is ook duidelijk een sterretje te zien in de donkere laan met aan de rechterkant van dit sterretje een plukje neveligheid. Om de “hamburger” heen is een gloed te zien, waardoor het object wat lijkt te “gloeien” en het beeld is rijkelijk gevuld met vooral zwakke, maar ook een paar heldere sterren. Het kost dan ook veel tijd om dit beeld op papier te krijgen. Schitterend object!

NGC 5128.jpg

Dan weer verder met een paar mindere goden, hoewel Arp 271 toch ook behoorlijk helder is en zelfs wat spiraalstructuur laat zien. Beide stelsels zijn met direct zicht te zien, hoewel NGC 5426 met enige moeite. NGC 5427 is groter, helderder en rond en er zijn twee spiraalarmen te ontwaren. Tussen de twee stelsels in is een donkere ruimte met daarin een sterretje. De “brug” tussen de twee is onzichtbaar.

Arp 261 is een taaie. MCG-2-38-16 is met moeite en alleen zwak perifeer zichtbaar, maar de streepvorm en lengterichting zijn wel te zien. De begeleider MCG-2-38-17 blijft verborgen en dus ook de twee bruggen die ze met elkaar zouden moeten verbinden. Even verderop staat PGC 52943, maar daar heb ik helaas niet op gelet.

Tijd alweer voor de laatste van de nacht: Arp 254. Hierbij is NGC 5917 rond, met direct zicht te zien, maar niet heel helder. Het heeft iets centrale verheldering. Er boven is perifeer MCG-1-93-3 te zien en met moeite is ook de lengterichting te ontwaren.

Het was een mooie, maar iets mindere avond dan gisteren en we besluiten er mee te stoppen voor vandaag. De afsluitende whisky smaakt weer uitstekend.
 
Laatst bewerkt:

cloudbuster

blik op oneindig
Zondag 1 mei (22:00 – 2:00 Roque) (4:00 – 6:00 Puntagorda)

Vandaag besluiten we naar de top te rijden en we vertrekken al heel vroeg. Eerst gaan we naar de parkeerplaats helemaal op de top om te genieten van het mooie uitzicht. De telescopen staan er weer mooi bij vandaag:

IMG_7911.jpg

Dan kijken we bij mijn vaste waarneemlocatie net even voorbij de Mirador de los Andenes, maar deze valt al gauw af. Allereerst vanwege ruimtegebrek (de 16” is toch wel wat groter dan de 10” en Jan staat er dit keer ook naast) maar ook vanwege het vele sjouw-werk over een grillig en steil pad. Daarom gaan we langs de LP-4 staan bij een ruime parkeerhaven aan de voet van dit klimmetje. Nadeel: er is geen beschutting tegen de wind. Hierdoor kan de optimale seeing niet benut worden (steeds een licht trillend beeld) en het wordt al snel koud. Vroeg in de avond is er nog sluierbewolking zichtbaar dat langzaam over ons heen trekt, maar net na astrodonker lost dit gelukkig op.

De telescoop opgesteld voor de naderende nacht:

IMG_7913.jpg

Ik begin met een helder exemplaar: M96. Maar deze valt gek genoeg wat tegen. Misschien is er ongemerkt nog een restje sluierbewolking of is het toch nog niet helemaal donker, maar het kost veel moeite om iets uit dit stelsel halen. Akkoord, ik zie twee armen (waarvan eentje wat verder doorloopt) met in het midden een heldere kern, maar het stelsel knalt er niet echt uit. Beetje een tegenvaller.

M96 uitsnede.jpg

Nu ik zeker weet dat het goed donker en transparant is ga ik op jacht naar de laatste twee Holmbergs die ik nog “moet”. De andere zeven kon ik al eens opsporen tijdens een mooie nacht op de Col du Galibier bij een SQM van 21.7, maar deze laatste twee bleven toen verborgen. Holmberg IX vlakbij M81 is lastig, ik probeer veel vergrotingen maar steeds stoort het licht van M81 en kan ik de Holmberg niet zien ondanks dat ik op precies de juiste plek zit te turen. Dan maar naar Holmberg I, nog zo’n taaie rakker. Deze gaat me wat beter af en na een tijdje durf ik te zeggen dat er op de juiste plek “iets” zit, maar de gloed is zo vreselijk zwak. Terug voor nog een poging op Holmberg IX, maar nee, hierin moet ik toch mijn meerdere erkennen. Het enige wat ik nu nog kan doen is wachten op een nacht met nog betere transparantie en wanneer het object op het hoogste punt aan de hemel staat, maar ik ben bang dat deze me niet zal gaan lukken met de 16”.


Dan is het weer tijd voor een klepper: M90 (tevens een Arp) en deze is wel fraai, ook al is de spiraalstructuur moeilijk te duiden. Er is een dikke sigaar te zien, die perifeer nog veel verder doorloopt bij de uiteinden. Aan de N zijde is de eenvoudigste arm te zien; een mooie krul met daarboven nog een zwakkere arm die beide aan de linkerkant naar onder weglopen. Aan de ZW zijde is nog een spiraalarm te zien die vrij ver doorloopt. De kern is opvallend stellair en helderder dan welke andere ster in beeld dan ook. Aan de N en Z zijde is met perifeer kijken ver buiten de spiraalarmen nog neveligheid te zien, waardoor het stelsel meer een naaldvorm krijgt. Boven in beeld is opgesloten binnen drie vrij heldere sterren en een zwakkere nog een klein sterrenstelsel te zien als een streepje: IC 3583

Arp 76.jpg

Dan gaat de kijker richting Corvus voor een bekende Arp, namelijk NGC 4038/4039 (Antennae), ofwel Arp 244 en dit is echt weer een showpiece. De pacman vorm is meteen te zien, waarbij de grootste en helderste helft veel mottling toont en wat knoopjes en verhelderingen zichtbaar zijn. Ook in de kleinere en zwakkere helft is een helder plukje te zien en lijkt de begrenzing wat zachter over te lopen. De “nek” is het smalste deel en van hieruit zie ik nog wat neveligheid vertrekken richting Z. Ik meen verderop in Z een klein deel van de antennae op te kunnen pikken, en achteraf opzoeken blijkt dit inderdaad een wat helderder deel te zijn. Wel uiterst zwak. Verder is het beeld in de 10mm rijkelijk gevuld met sterren en dat draagt natuurlijk alleen maar bij aan de betoverende aanblik. Hier alvast de schets in dit topic.

Arp 244.jpg

En klein stukje verderop staat Arp 22 (NGC 4027) en deze besluit ik ook nog mee te pakken. Ook dit is een leuke met een direct zichtbare en forse spiraalarm aan de N zijde. De arm eindigt bij een sterretje. De stelsel vertoont duidelijk CV en heeft een puntvormige kern die niet veel helderder is. Aan de Z zijde lijkt het stelsel wat afgeplat.

Om 2:00 zijn we murw geslagen door de genadeloze wind en ook aardig koud geworden, daarom besluiten we op te ruimen. Na in een uurtje te zijn teruggereden voelen we ons wel weer goed en stellen we nog eens op bij een aangename temperatuur en windstilte. De zomer showpieces komen aan bod en ik geniet met volle teugen van Eagle/Swan/Trifid/Lagoon en consorten. Wat een pracht en praal is dit in de grote kijker zeg. Nu weet ik zeker dat alle moeite die ik heb genomen om deze kijker hierheen te krijgen niet tevergeefs zijn geweest. Ik probeer nog een keer NGC 6380 en eindelijk (nu de bolhoop hoger staat) krijg ik hem te pakken. Het object staat dicht tegen een helder sterretje aan en kan mogelijk verward worden met de lichtgloed van deze ster. Echter, aan de N zijde is duidelijk een uitstulping te zien van de lichtgloed en met enige moeite valt er ook wat korreligheid in te ontwaren. Uitermate lastige bolhoop! Vervolgens een poging gewaagd op de Draco Dwarf, maar deze is vreselijk groot en er is werkelijk geen spoortje van te zien in de Nagler 26T5 (zonder Paracorr). Ik zal hem dan ook nog niet nogmaals proberen.

Ik sluit de bijzondere nacht af met nog een laatste “peculiar galaxy”: Arp 2, ofwel UGC 10310. Dit is een zwak ding die me eerder niet lukte bij Pieterburen bij een SQM van 21.6. Ik heb dus wel wat angst dat deze nu weer niet zal lukken. Maar gelukkig is, eenmaal aangekomen op de juiste locatie, een uitermate zwak veegje licht te zien en kan ik hem toch afvinken. Needless to say dat het kenmerk, de armen met knoopjes erin, niet zichtbaar waren 😊

Het begint licht te worden en dus stoppen we ermee.
 
Laatst bewerkt:

cloudbuster

blik op oneindig
Maandag 2 mei (22:00 – 0:30 Puntagorda)

Dit is de minste nacht van de week en de enige keer dat een waarneemsessie gestaakt moet worden vanwege bewolking. De hele dag is het stralend mooi weer met knalblauwe lucht, dus de start van de sessie is wel goed. Ik vang aan met Arp 253, meteen al een erg lastige zo blijkt. Aangekomen op de juiste plek zie ik niet meteen iets, dus ik begin rustig met het intekenen van de sterretjes. Eenmaal gewend aan het beeld zie dan toch een langwerpig, iets gebogen lint af en toe opblinken. Na langdurig kijken is van beide stelsels iets van centrale verheldering te zien, wat er op zou kunnen duiden dat het om twee stelsels gaat, maar gescheiden zie ik ze niet echt. Het zijn MCG-1-25-31 en -32 en even verderop is ook MCG-1-25-33 zwaar perifeer zichtbaar als een ovaal vlekje. Erg moeilijk en het verbaast me dan ook niet dat deze Arp pas 1x is gelogd (door Steve Gottlieb).

Tijd voor wat meer spektakel met M95 en deze is (in tegenstelling tot M96 gisteren) wel mooi te zien. Dit is een ronde face-on met een erg heldere (niet stellaire) ovale kern. Perifeer is de balk (en richting) zichtbaar en twee spiraalarmen die bijna een volledige cirkel vormen en alleen aan de W zijde (links bovenin de schets) niet helemaal gesloten zijn. Zeer fraai.

M95 uitsnede.jpg

Arp 5 lijkt een heel leuk sterrenstelsel te zijn in het Arp boek, maar valt toch wat tegen omdat deze niet echt helder is (wel met direct zicht te zien). NGC 3664 heeft een wat gebogen vorm en is wat helderder naar het midden toe. Met veel moeite is een spiraalarm als “dakje” te zien aan de ZW zijde en is het omgeven door een zachte gloed.

Om 0:00, net wanneer ik een prachtige M97 (Uilnevel) in beeld heb en op het punt sta een schets te starten, klimt een muur van bewolking omhoog vanuit het zuiden en om 0:30 is de hemel volledig overcast. Nog een uurtje op een stoel zitten wachten met bier en chips in de hand, maar helaas zonder verbetering. Maar goed, toch nog 2 uur kunnen waarnemen. Beter dan niks.

Dinsdag 3 mei (22:00 -3:30 Roque)

De hele dag drijven er wolken langs bij het huisje en zijn ze ook verwacht voor een deel van de avond. Toch ben ik (dit keer alleen) de Roque opgereden omdat de webcam de hele dag al helder laat zien. Een plek vinden uit de wind is lastig en ik rijd veel heen en weer om verschillende parkeerhavens te checken. Bij het bezoekerscentrum is een magnifieke stek op een betonnen terras naast een opbergruimte precies uit de wind, maar deze ligt voorbij de slagboom. De bewaker kijkt me wantrouwend aan vanuit zijn auto als ik daar de boel sta te inspecteren. Ik loop naar hem toe en vraag in mijn beste Spaans of ik er niet een nachtje mag staan met telescoop, terwijl de auto aan de juiste zijde van de slagboom blijft, maar hij is vriendelijk doch onverbiddelijk… het mag niet. Uiteindelijk vind ik toch een redelijke stek uit de wind en het gebergte snoept maar 10 graden van de horizon af hier, dat valt dus mee. In een nisje voor wat rotsblokken stel ik op nadat ik de ondergrond zo goed als mogelijk vlak heb gekregen. Het wordt de beste nacht van de week met een SQM die de 21.8 overstijgt, sublieme transparantie een extreem goede seeing (gemiddeld zo’n 0.6”). Ook blijft het volkomen onbewolkt.

Eerst werd het volgplatform zorgvuldig waterpas gezet:

IMG_7921.jpg

Daarna snel opbouwen, want het begint al donker te worden. Even later ben ik er helemaal klaar voor. Op onderstaande foto is goed te zien hoe het waarnemen mij het zo makkelijk mogelijk gemaakt moet worden. Zie de in hoogte verstelbare stoel, een stoeltje er tegenover om de voeten op te steunen tijdens het schetsen en een tafeltje met waarneemspullen. De kofferbak is vlakbij met daarin rugzak met versnaperingen en papierwerk. Wie doet je wat 😊

IMG_7926.jpg

Om erin te komen begin ik met een dubbelster die al lang op mijn wenslijst staat en nu eindelijk een serieuze poging op kan worden ondernomen door de top-seeing: STT 208 (Phi UMa). Dit is een dubbelster met separatie van 0,43” en dat is natuurlijk zeer uitdagend. Maar door het minieme helderheidsverschil van mag 0,11 zou het wat makkelijker moeten zijn. Al gauw wordt de vergroting opgeschroefd naar 362x en is meteen zichtbaar dat het hier om twee sterren gaat, maar niet los van elkaar. Verder doorvergroten naar 453x en zelfs 604x laten hetzelfde beeld zien omdat dan ook het kleine beetje luchtonrust versterkt wordt. Het blijft dus bij het zien van een “8”, maar daar ben ik al blij mee want dat is me in Nederland nooit gelukt.

Het is nu zo goed als astrodonker en ik richt de kijker eens op een planetaire nevel, omdat ook zo’n object natuurlijk baat heeft bij een perfecte seeing. Het wordt NGC 4361, ofwel de “Lawn Sprinkler Nebula”. Er wordt gesetteld voor de Delite 4mm met een vergroting van 453x. Hierdoor wordt het oppervlak van de nevel groter en zijn de details wat makkelijker zichtbaar, al wordt het beeld wel donkerder. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik moet verwachten van deze PN, maar al gauw zie ik net buiten of op de rand in de linkerbovenhoek (Z) een los plukje, ogenschijnlijk gescheiden van de nevel door een donker laantje. Hier net weer buiten is een zwak sterretje zichtbaar (mag 15.4). Precies aan de overzijde van de nevel is ook weer een plukje te zien, hetzij zwakker. Linksonder op 90 graden is een wat grotere pluk iets makkelijker te zien, deze staat dichter op de kern. En aan de overzijde hiervan staat (nog iets dichter op de kern) de zwakste en kleinste verheldering. Het is allemaal heel subtiel, maar dat geldt niet voor de centrale ster want die is vrij helder (sowieso de helderste ster in beeld). Rond de CS is een wat donkerdere ring in de nevel zichtbaar, maar ook dit is weer heel subtiel. Leuk neveltje.

NGC 4361.jpg

Hierna waag ik weer eens een poging op een dwerg: de Antlia Dwarf dit keer. Met zoekkaart is de locatie snel gevonden alsook het sterretje waar het zwakke dwergstelsel tegenaan moet zitten (mag 14.5). Met perifeer kijken is toch wel een zwakke lichtgloed zichtbaar die moeizaam vast te houden is. Er is geen vorm in de zien (misschien iets langgerekt) en ook geen verdere details zoals verhelderingen op bepaalde plekken. Dit schijnsel is zo zwak dat IC 2537 er in de buurt wel een heldere showpiece lijkt... Ik denk dat de uitstekende omstandigheden noodzakelijk zijn geweest voor deze positieve waarneming; donkerte, maar vooral transparantie moeten subliem zijn om dit met een 16" te kunnen zien. Ik heb niet genoteerd met welk oculair ik heb gekeken. Sowieso begonnen met de Nagler 26T5, maar ik vermoed daarna overgestapt op de XW20 (het stelsel is niet bijzonder uitgestrekt).

Omdat het een uitzonderlijk nacht is, pak ik nog eens een uitdaging aan: Pal 3 en deze doet me wat denken aan NGC 6380 van eerder. Het bolhoopje is uiterst zwak en zwaar perifeer kijken is een noodzaak om er iets van de kunnen zien. In de 10mm lijkt een lichtgloed ten O van een sterretje uit te stralen. In de 7mm is de gloed zwakker, maar lijkt het meer los te staan van het sterretje. Weer een positieve waarneming dus.

Dit gaat lekker! Vol goede moed ga ik dan nu maar voor de ultieme uitdaging: de jet in M87. Na al het zwakke spul van net lijkt M87 wel bouwlamp, maar toch is het een “gewone” elliptical galaxy waar in eerste instantie niets aan is te zien. Voor het kunnen zien van de jet in M87 is een aantal voorwaarden: het moet donker zijn (duh) en zeer transparant, maar vooral de seeing moet uitstekend zijn omdat de jet ontzettend klein is. Een 16” kijker is de absoluut minimale opening, er moet flink vergroot worden en verder moet het windstil zijn, omdat elke beweging het onmogelijk maakt om zulke kleine details vast te houden. Helaas wordt aan dit laatste nu niet voldaan; ik sta goed beschut en er staat hier vrijwel geen wind, maar het is voldoende om het beeld continu lichtjes te doen laten trillen bij een vergroting van 453x. Ik zie nog wel één van de twee UGC’s in de buurt waar de jet niet mee verward mag worden (deze staat er haaks op), maar verder kom ik nu niet. Ik zal moeten wachten op een windstille nacht voor een herkansing. Jammer.

Tijd weer om wat te schetsen. Dit is de laatste avond en ik wil niet naar huis gaan zonder “The Eyes” onder de loep te hebben genomen (zeker na het zien van de intrigerende schets van @TomC . Arp 120, ofwel NGC 4435/4438 is een zeer helder duo dat zich bevindt in Markarian’s Chain. Aan NGC 4435 is niet veel bijzonders te zien; het is vrij klein, ovaal en met een heldere (niet stellaire) kern. Maar NGC 4438 steelt de show. Deze is iets groter en meer uitgerekt in een “S” vorm en aan beide zijden, ver van het stelsel vandaan, is een nevelig plukje te ontwaren. De “S” vorm van de kern lijkt uit de tippen naar deze plukjes toe te willen lopen en dat is aan de Z kant (bovenin) ook werkelijk te zien. Aan de N zijde willen de hersenen dit ontbrekende stukje licht ook graag invullen, maar ik moet hard zijn voor mezelf en toegeven dat ik deze lijn niet daadwerkelijk zie. Verder zijn er veel zwakke sterretjes zichtbaar die vaak op de grens van het zichtbare liggen. Een schitterend en bijzonder duo.

Arp 120.jpg

Hierna komt er nog een heuse sterketting aan bod, maar dit keer wel vreselijk veel zwakker dan die van Markarian… Arp 326 bestaat uit 7 galaxies, waarvan ik er 6 kon zien. De twee zwakste in deze ketting zijn mag 18, maar waren ondanks dat gegeven toch “gewoon” te zien (zij het zwaar perifeer). De helderste uit de reeks heeft ook nog een eigen Arp nummer gekregen en staat te boek als Arp 33. Zo sla je dus mooi twee vliegen in één klap. De “integral sign” vorm van UGC 8613 was helaas niet te zien, het bleef bij een streepje.

Bij Arp 173 staan twee stelsels in een ruitvorm met twee sterren. De helderste, MCG+2-38-20 is zeer zwak en klein en perifeer als een bolletje te zien. MCG+2-38-19 is alleen met moeite perifeer te zien als een onbeduidend vlekje.

De volgende is er eentje die in Nederland ook prima te zien is, maar die ik toch bewaard heb voor hier omdat ik hoop op wat meer details: Arp 84, ofwel NGC 5394/95 “The Heron Galaxy”. NGC 5395 is het grootste en helderste deel, met aan de bovenzijde een los segment en aan de onderzijde iets helderdere krul die naar boven uitloopt als een zwakke lijn. Boven en volledig los staat NGC 5394 en dit is een behoorlijk helder plukje met druppelvorm. Mooi!

Ik zou zo nog een paar uur door kunnen gaan, maar de wetenschap dat we morgen weer terug vliegen en er nog moet worden ingepakt en opgeruimd begint te knagen en dus ben ik verstandig en breek de boel af, altijd het minst leuke deel van de sessie. Ik rijd in 45 minuten terug (het is lekker rustig op de weg) en probeer nog een paar uurtjes te slapen.

Het was een mooie reis met veel helder en weer een paar onvergetelijke nachten. In oktober hoop ik hier weer terug te komen.
 
Laatst bewerkt:

Skyheerlen

Moderator
Antlia Dwarf!! Pffff ....

Respect! Wat een verhaal! Veel zit in lijn met wat ik waargenomen heb met mijn 13” (maar wel is duidelijk dat een 16" net wat meer laat zien dan een 13" - wat ik eerder ook al opmerkte met de 16" van Sixela naast mijn 13" te Grandpré), een maand eerder, maar Antlia Dwarf lukte me niet. Mooi dat het jou wel lukte, en ik meen ook dat jij de eerste op DSL zult zijn die ‘m zag. Heel mooi!
 

TomC

Arp_244
Allemachtig. Wat een verslag. Wat een schitterende waarnemingen. En wat een absurd briljante schetsen.
Ik heb het verslag al twee maal gelezen, en vanavond doe ik dat nog eens een extra keer om de vele objecten zelf na te speuren in de atlas. Dan volgt meer feedback. Sjoh. Wat een verslag.
 
Erg mooi verslag van deze 5 dagen op La Palma, een 'editie' met veel heldere nachten ook, het kan slechter.
De M104 schets is precies zoals ik hem herinner in jouw oculair, met de duidelijk langere stofband dan zichtbaar in mijn 20cm (hoewel ik die ook al mooi vond).
Centaurus A met de diagonale donkere band is ook schitterend weergegeven.
Van de Arps heb ik alleen meegedaan met de Antennae, ook wederom hier heel mooi geschetst.
Een hele mooie telescoop op een hele mooie locatie, je zult vast vaak terugkomen, en mooi dat ik er een keer bij kon zijn.
 

cloudbuster

blik op oneindig
Jazeker, zie de afbeelding hieronder.

Ik herken het aan het "Mirador" bord. Blijkbaar had ik geluk dat er wat rotsblokken gestapeld waren, want die zijn op google maps niet te zien... Aan de overzijde van de LP-4 gaat een wandelpad naar boven. Daar kwam ik achter toen midden in de nacht een auto naast mij parkeerde en 2 spanjaarden uitstapten en daar met hoofdlamp naar boven liepen. Het is op 2270 meter hoogte.

Roque site.png
 

TomC

Arp_244
Bij zwak licht de schetsen wat naderbij gekeken. Messier 90 is prachtig complex, vele structuren maar ook hoe de vlokkerigheid verschijnt. Prachtig! Op de negatief-versie is jouw schets techniek volop te bewonderen; door subtiel meerdere variaties in een spiraalstructuur te leggen, verkrijg je dynamiek en zelfs indruk van diepte. Super.

Dé eye-catcher voor mij was natuurlijk Arp120. Het doet me plezier dat ook jij die ijle uitlopers in NGC 4438 kan zien, met de losse patch zwevend tussen beide galaxies. Onze schetsen zijn frappant vergelijkbaar, erg leuk!!

Als afsluiter een suggestie: voor de lezer zou het handig zijn, mocht je bij elk object in de tekst ook het sterrenbeeld vermelden. Dat vergemakkelijkt de oriëntatie (naar waar zwiept de kijker nou weer...) en nodigt uit om virtueel mee te hoppen langs de hemel.
 
Bovenaan Onderaan