Nova N Cas 2021

Huubke

Uranus
PS @Huubke, ik werk nu met gain 0, maar belicht ook duidelijk langer - uiteraard zonder te verzadigen, e.g. in het lineaire deel van de sensor respons. Daarbij, volgens ASTAP, een SNR van >200 (na optimaliseren van de apertuur voor de meting) lijkt me 'meer dan goed genoeg' voor V1405 Cas.
Dat is zeker meer dan genoeg. Vanaf 100 lijkt mij ok.
 

Extrafocaal

Donateur
Dank voor de feedback!
Heb de opnamen van gisteravond nog gecombineerd en 'afgezet' tegen het AAVSO kaartje X28146UG - enkel omdat het kan ;). De totaal 9 x (10 x 30) sec integratie met de ongekoelde ASI183MM en 65mm f/6,5 TSAPO65Q met V-filter bereikt een grensmagnitude >18 (bij een SQM 19,5).
V1405Cas_20220822UT2330_PH2.gif
 

steert-sterre

Eerbeek/Bussloo
Inderdaad grappig maar het is jaren geleden al een heel topic geweest op de AAVSO mailinglijst. Ik meen dat het toen specifiek over R CrB ging. Heel wat waarnemers bleven die mag 6 schatten terwijl toch hier en daar iemand zwakker begon te schatten. Pas na meldingen op de lijst dat R CrB begon te verzwakken volgde de grote hoop. Door een ster teveel te schatten op korte tijd beïnvloed men zichzelf want ergens in je achterhoofd weet je nog de vorige magnitude.
Het is juist een goed teken als je zelf verbaasd bent over de schatting... :)
 

GuusGilein

PKS 0716+71
Inderdaad, nooit rekening houden met wat iedereen zegt dat de helderheid is en wat je zelf denkt dat hij zou moeten wezen!
Een leuke - visuele - lichtcurve trouwens van de periode sinds 1 april jl. (oranje sterretjes zijn mijn schattingen), hij blijft aardig heen en weer stuiteren 😁

De bandbreedte is de laatste tijd bijna een hele magnitude. Of de nova gaat nog steeds heen en weer, of dat is nou eenmaal de nauwkeurigheid waarmee geschat wordt (of het verschil tussen waarnemers onderling)
V1405 Cas.JPG
 

Huubke

Uranus
Die bandbreedte van ongeveer 1 magnitude is met heel veel variabelen die veel worden geschat gemeengoed :) Zolang de trend maar zichtbaar is.
 

Extrafocaal

Donateur
23 augustus 2022 rond 23:00UT: Vm 11,20 SD 0,01

(n=12; ASI183MM + TSAPO65Q + V-filter; 10x30s subs / gain0 SharpCap LiveStack; ASTAP).
Vergelijkings/check sterren van AAVSO kaartje X28146UG
107: Vm = 10,74 SD 0,01
111: Vm = 11,02 SD 0,01

Merk nu pas op dat op het AAVSO kaartje een 'Period' van 0.1883907 staat vermeld - wat betekent dat in dit geval en waar komt dat vandaan?
 
Laatst bewerkt:
Merk nu pas op dat op het AAVSO kaartje een 'Period' van 0.1883907 staat vermeld - wat betekent in dit geval en waar komt dat vandaan?

Een jaar voor de uitbarsting zijn metingen gedaan door de TESS ruimtetelescoop (voordat men wist dat het een nova zou worden).
De prenova had toen kleine helderheidswisselingen met een periode van 4 uur en 31 minuten (0.1883907 dag).

Ik heb de flux omgerekend in magnituden en in grafieken gezet:

NovaCas2021prenova.gif

Phase plot:

NovaCas2021phaseplot.gif

Het scheidend vermogen van TESS is 10 boogseconden. Het instrument was ongeveer 4 boogseconden ten oosten van de prenova gericht; ongeveer bij ster D op onderstaande Pan-STARRS foto. Daarom vermoed ik dat TESS het gecombineerde licht van de prenova (A) en de sterretjes C, D, E en F heeft gemeten. Ster F staat op 7,4 boogseconden van de prenova.

Nova Cas 2021 identificatie.jpg
 

Extrafocaal

Donateur
Dank voor het uitzoeken - duidelijk, maar dus eigenlijk niet zeker of de pre-nova werkelijk zelf fluctueerde met vermelde periode.
 
Onafhankelijk van TESS had de Tsjechische waarnemer Zbyněk Henzl de variabiliteit van ster A (de prenova) al ontdekt vóór de uitbarsting.
De oorspronkelijke classificatie was: bedekkingsveranderlijke van het type W Ursae Maioris met een periode van 0.3769380 dagen.
Die classificatie is nog steeds te vinden op de website van de Tsjechische sterrenkundige vereniging.
Later vond de Amerikaanse astronoom Bradley Schaefer dat de lichtkromme niet past bij een W UMa ster en hij halveerde de periode. Zijn paper.
Volgens hem is de TESS-lichtkromme typerend voor een prenova. Lees: een snel roterende nauwe dubbelster.
Het is dus wel waarschijnlijk dat ster A zelf fluctueerde.

Ik heb ook nog geprobeerd deze periodieke variatie terug te vinden in latere waarnemingen die gedaan zijn na het begin van de uitbarsting. Niets gevonden.
Zou de begeleider van de nova weggeblazen zijn door de eruptie?
 

Extrafocaal

Donateur
2 september 2022 rond 22:30UT: Vm 11,42 SD 0,01

(n=5; ASI183MM + TSAPO65Q + V-filter; 10x30s subs / gain0 SharpCap LiveStack; ASTAP).
Vergelijkings/check sterren van AAVSO kaartje X28146UG
107: Vm = 10,78 SD 0,01
111: Vm = 11,05 SD 0,01
 

Extrafocaal

Donateur
3 september 2022 rond 21:40UT: Vm 11,44 SD 0,02

(n=7; ASI183MM + TSAPO65Q + V-filter; 10x30s subs / gain0 SharpCap LiveStack; ASTAP).
Vergelijkings/check sterren van AAVSO kaartje X28146UG
107: Vm = 10,77 SD 0,01
111: Vm = 11,06 SD 0,01
 

Extrafocaal

Donateur
Tijdens het experimenteren en ervaring opdoen met een nieuwe set-up ook vannacht (met lichte sluierbewolking) weer V1405 Cas meegenomen - weer iets helderder dan gisteren:
4 september 2022 rond 21:30UT: Vm 11,35 SD 0,03

(n=7; ASI183MM + TSAPO65Q + V-filter; 10x30s subs / gain0 SharpCap LiveStack; ASTAP).
Vergelijkings/check sterren van AAVSO kaartje X28146UG
107: Vm = 10,78 SD 0,01
111: Vm = 11,05 SD 0,01
 

Huubke

Uranus
Tijdens het experimenteren en ervaring opdoen met een nieuwe set-up ook vannacht (met lichte sluierbewolking) weer V1405 Cas meegenomen - weer iets helderder dan gisteren:
4 september 2022 rond 21:30UT: Vm 11,35 SD 0,03

(n=7; ASI183MM + TSAPO65Q + V-filter; 10x30s subs / gain0 SharpCap LiveStack; ASTAP).
Vergelijkings/check sterren van AAVSO kaartje X28146UG
107: Vm = 10,78 SD 0,01
111: Vm = 11,05 SD 0,01
Meet je de saturatie terwijl je live stack doet?
 

Extrafocaal

Donateur
Meet je de saturatie terwijl je live stack doet?
Een korte en eigenlijk eenvoudige vraag, waarop ik toch niet goed weet te antwoorden, omdat het me niet helemaal duidelijk is waarom deze gesteld wordt.

Dus bij deze een poging - Nee, ik heb al eerder door verschillende combinaties van belichtingstijd en gain vastgesteld dat bij 5 tot 30s en een gain van 0 tot 120 het signaal van V1405 Cas absoluut niet verzadigd. 'Livestacking' tot een totale integratietijd van 5 min zorgt daarbij voor een signaal-ruis verhouding >100. M.b.t. de SNR lijken langere subs e.g. 30 vs 5s, duidelijk gunstiger uitpakken (zie bijlage -Source- Src_SNR). Hoe de factor van bijna drie (e.g. 159 vs 418) precies te verklaren ben ik nog niet helemaal uit (√30/5 ≈ 2,5, te weinig) maar zeker is dat, bij een integratietijd van tenminste 30s, (30/5 =) 6x minder uitleesruis gegenereerd wordt (het effect van donkerstroom is met ca. 0,038e-/s/px @20°C waarschijnlijk te verwaarlozen). Merk verder op, om mogelijk misverstand te voorkomen, dat gedurende 'livestacking' de opvolgende frames worden gemiddeld en niet opgeteld - zodat het geïntegreerde signaal niet alsnog verzadigd raakt.

Ook schreef ik al eerder te vermoeden dat gain 0 of 120 niet heel veel verschil zal maken voor de nauwkeurigheid van de metingen (mits zelfde integratietijd).
Mijn redenatie was/is daarbij als volgt.
Een gain van 0 resulteert (voor de ASI183MM) in 3,6e- per ADU - bij gain 120 is dit 1e- (i.e. 'unity gain). Dit levert een groter dynamisch bereik, e.g. van een 'full well' capaciteit van 15ke naar 4ke, maar dit is ook ongeveer de factor 3,6 in conversie dus voor de bitdiepte maakt het niet uit (de ASI183 heeft een 12bit ADC (=4096) dus 4ke bij 'unity gain'). Wat overblijft is iets minder ruis maar grotere 'stappen' per ADU bij gain 0. Daartegenover staat weer minder uitleesruis - ca. 2e- voor gain 120 tegen 3e-bij gain 0.

Samenvattend, het belangrijkste lijkt mij toch vooral de belichtingstijd zo te kiezen dat een goed signaal-ruis verhouding wordt verkregen en dit alles binnen de lineaire response van de sensor (dit laatste wil ik nog beter in detail vaststellen). Mogelijk is er vooral qua belichtingstijd meer tolerantie bij een gain van 0 dan bij gain 120.

Helaas ontbreekt mij de tijd/gelegenheid dit alles nog systematischer empirisch uit te zoeken. Aan de andere kant hoef ik ook het wiel niet opnieuw uit te vinden - vind het echter leuk om, als amateur, praktijk en theorie in overeenstemming te zien en bovenal vertrouwen te krijgen in de (reproduceerbaarheid van de) resultaten verkregen met de eigen set-up.

MvG,
Peter

PS Bijlage, ter illustratie enkele metingen (samenvatting) in AstroImageJ.
V1405Cas_AstroImageJ_ScreenShot_PH1.jpg
 
.... bij 5 tot 30s .....

Heb je in de praktijk gemerkt of de resultaten slechter worden als de belichtingstijd korter is dan 10 seconden?
Volgens de AAVSO Guide to CCD/CMOS Photometry (pagina's 65 en 66) gaat atmosferische scintillatie een rol spelen bij zulke korte belichtingstijden.
 

Huubke

Uranus
Een korte en eigenlijk eenvoudige vraag, waarop ik toch niet goed weet te antwoorden, omdat het me niet helemaal duidelijk is waarom deze gesteld wordt.

Dus bij deze een poging - Nee, ik heb al eerder door verschillende combinaties van belichtingstijd en gain vastgesteld dat bij 5 tot 30s en een gain van 0 tot 120 het signaal van V1405 Cas absoluut niet verzadigd. 'Livestacking' tot een totale integratietijd van 5 min zorgt daarbij voor een signaal-ruis verhouding >100. M.b.t. de SNR lijken langere subs e.g. 30 vs 5s, duidelijk gunstiger uitpakken (zie bijlage -Source- Src_SNR). Hoe de factor van bijna drie (e.g. 159 vs 418) precies te verklaren ben ik nog niet helemaal uit (√30/5 ≈ 2,5, te weinig) maar zeker is dat, bij een integratietijd van tenminste 30s, (30/5 =) 6x minder uitleesruis gegenereerd wordt (het effect van donkerstroom is met ca. 0,038e-/s/px @20°C waarschijnlijk te verwaarlozen). Merk verder op, om mogelijk misverstand te voorkomen, dat gedurende 'livestacking' de opvolgende frames worden gemiddeld en niet opgeteld - zodat het geïntegreerde signaal niet alsnog verzadigd raakt.

Ook schreef ik al eerder te vermoeden dat gain 0 of 120 niet heel veel verschil zal maken voor de nauwkeurigheid van de metingen (mits zelfde integratietijd).
Mijn redenatie was/is daarbij als volgt.
Een gain van 0 resulteert (voor de ASI183MM) in 3,6e- per ADU - bij gain 120 is dit 1e- (i.e. 'unity gain). Dit levert een groter dynamisch bereik, e.g. van een 'full well' capaciteit van 15ke naar 4ke, maar dit is ook ongeveer de factor 3,6 in conversie dus voor de bitdiepte maakt het niet uit (de ASI183 heeft een 12bit ADC (=4096) dus 4ke bij 'unity gain'). Wat overblijft is iets minder ruis maar grotere 'stappen' per ADU bij gain 0. Daartegenover staat weer minder uitleesruis - ca. 2e- voor gain 120 tegen 3e-bij gain 0.

Samenvattend, het belangrijkste lijkt mij toch vooral de belichtingstijd zo te kiezen dat een goed signaal-ruis verhouding wordt verkregen en dit alles binnen de lineaire response van de sensor (dit laatste wil ik nog beter in detail vaststellen). Mogelijk is er vooral qua belichtingstijd meer tolerantie bij een gain van 0 dan bij gain 120.

Helaas ontbreekt mij de tijd/gelegenheid dit alles nog systematischer empirisch uit te zoeken. Aan de andere kant hoef ik ook het wiel niet opnieuw uit te vinden - vind het echter leuk om, als amateur, praktijk en theorie in overeenstemming te zien en bovenal vertrouwen te krijgen in de (reproduceerbaarheid van de) resultaten verkregen met de eigen set-up.

MvG,
Peter

PS Bijlage, ter illustratie enkele metingen (samenvatting) in AstroImageJ.
Bekijk bijlage 1488004
Bedankt voor het hele lange antwoord. Ik vroeg mij gewoon af of het stacken niet zou zorgen voor saturatie. Je hebt mijn vraag beantwoord.
 

wvreeven

Donateur
Stacken kan nooit tot saturatie leiden tenzij de input al gesatureerd is. Er wordt namelijk een average of mean genomen van de pixelwaarden en niet een som.
 

Extrafocaal

Donateur
..... Je hebt mijn vraag beantwoord.
Sorry dat je het antwoord "... dat gedurende 'livestacking' de opvolgende frames worden gemiddeld en niet opgeteld ...", zo diep begraven in de lap tekst moest lezen (het was te warm iets zinvollers te doen tijdens deze vakantiedag;)). Overigens wanneer in 32bit wordt gewerkt kunnen er uiteraard heel veel 16bits opnames worden gesommeerd alvorens de maximale pixelwaarde wordt overschreden - het levert echter geen beter SNR dan wanneer direct gemiddeld.

Heb je in de praktijk gemerkt of de resultaten slechter worden als de belichtingstijd korter is dan 10 seconden?
Volgens de AAVSO Guide to CCD/CMOS Photometry (pagina's 65 en 66) gaat atmosferische scintillatie een rol spelen bij zulke korte belichtingstijden.
Dank voor deze suggestie als mogelijke verklaring van mijn observatie "... M.b.t. de SNR lijken langere subs e.g. 30 vs 5s, duidelijk gunstiger uitpakken (zie bijlage -Source- Src_SNR). Hoe de factor van bijna drie (e.g. 159 vs 418) precies te verklaren ben ik nog niet helemaal uit ...". Was nog niet verder gekomen dan bldz. 50 van de AAVSO gids:(.
 
Bovenaan Onderaan