Aankondiging

Samenvouwen
Nog geen aankondiging momenteel

27 oktober 2012: "Full Moon Observatory" Hoensbroek (II)

Samenvouwen
X
  • Filter
  • Tijd
  • Toon
Alles wissen
nieuwe berichten

    27 oktober 2012: "Full Moon Observatory" Hoensbroek (II)

    De hele dag een strakblauwe hemel, geen wolkje aan de lucht. Nou ja, ’s avonds heel even dan, maar verder … wat kan er nog fout gaan? Eeehhh … Volle Maan bijvoorbeeld? Inderdaad: 29 oktober is Volle Maan. Maar ik heb al eerder met Volle Maan waargenomen, en zelfs onder die slechte omstandigheden was er wat zinnigs te doen, dus ga ik toch aan de slag. Een reis naar de Ardennen voegt bij Volle Maan niets toe, dus blijf ik thuis.
    .
    14:20hr, en een strakblauwe hemel!
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 11. 14.20 helder.JPG views: 1 grootte: 170,2 KB id: 1099407
    .
    Mijn zoon besluit te proberen foto’s te maken met de 300mm F4.0 tele, maar veel wordt het niet als gevolg van te heldere hemelachtergrond door de maan.
    .
    Spelen met Mirach’s Ghost (NGC404)
    21:53hr, SQM18.55 (in de schaduw genomen, met de maan achter de bomen). Inderdaad: de atlas is bijna zonder lamp te lezen. Uit de schaduw is SQM18.29; buitentemperatuur 3.6°C, correctortemperatuur 4.3°C, relatieve vochtigheid 60%.
    Het plan is om te kijken in hoeverre ik bolhopen in de Andromedanevel kan zien bij Volle Maan, net zoals een jaar geleden, en net als toen, ga ik naar de Andromedanevel via Mirach (β And). En direct naast Mirach, staat galaxy Mirach’s Ghost (NGC404). In de CGE1400 met XW40 (98x, 43’) zie ik Mirach in beeld, met een ster op 1/5e beeldveld, en Mirach’s Ghost een vrijwel gelijkbenige driehoek vormende met deze twee sterren. Mirach’s Ghost is niet gemakkelijk te zien; meer een verheldering van de achtergrond. Mirach’s Ghost staat in de richting van twee sterren die een stuk verder weg staan, niet helemaal op lijn met Mirach en Mirach’s Ghost zelf.
    22:06hr. Ik kijk intussen met de CGE1400 met XW20 (196x, 22’) naar Mirach en Mirach’s Ghost. Mirach’s Ghost is te zien, maar Mirach zorgt voor een enorm veel strooilicht. Als ik Mirach net buiten beeld zet, zie ik een vlekje waarbij de kern wat helderder lijkt te zijn dan de buitendelen, maar veel meer details zijn er niet te zien.
    .
    De maan hoog in het zuidoosten om 22:10hr. Deze opname lijkt wel overdag gemaakt, maar het was echt donker. Pentax K10D met Sigma 4.5mm F2.8 Circular Fisheye, 60 seconden op F3.5, ISO200 met ruisonderdrukking.
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 12. 22.10hr.JPG views: 1 grootte: 163,6 KB id: 1099408
    .
    Interessant is de vraag of Mirach’s Ghost onder deze slechte omstandigheden (op 25 graden van de bijna Volle Maan) te zien is in een kleine kijker met verschillende oculairen: de WO80FD. Een oculairen-testje dus!
    x N17T4 (33x, 2°31’): Mirach is te zien, maar Mirach’s Ghost zelf niet.
    x Delos10 (56x, 1°18’): Mirach is opvallend rood; de twee sterren voorbij Mirach’s Ghost zijn perifeer kijkende te zien; Mirach’s Ghost af en toe, maar het is heel moeilijk.
    x BGO9 (62x, 42’): de twee sterren voorbij Mirach’s Ghost zijn rechtstreeks kijkende te zien (bij de Delos10 alleen perifeer); Mirach’s Ghost zelf meen ik wel te zien.
    x BGO12.5 (44x, 58’): de twee sterretjes zijn weer rechtstreeks te zien.
    22:20hr; SQM18:56.
    x BGO7 (79x, 33’): Mirach’s Ghost is af en toe te zien als ik lichtjes met de kijker beweeg. Rechtstreeks kan ik ‘m niet continue vasthouden; licht bewegen en een beetje perifeer kijken is noodzakelijk. Mirach, de ster er vlak bij, Mirach’s Ghost en de twee sterren iets verder door, passen binnen ¾ van het beeldveld van dit oculair.
    x TMB-SM8 (69x, 26’): een extreem oculair met een kleine schijnbaar beeldveld achter een klein kijkgaatje. Met regelmaat is Mirach’s Ghost rechtstreeks waarneembaar; bewegen met de telescoop is niet nodig.
    x XW7 (79x, 53’): ik zie Mirach’s Ghost heel eventjes als ik m’n oog naar naar de galaxy toe beweeg, maar daarna is hij weg en krijg ik ‘m ook niet meer te zien. Duidelijk is dat het in dit oculair moeilijker is deze galaxy te zien dan met de BGO7.
    x Nogmaals de BGO7 (79x, 33’): ik zie ‘m inderdaad een stuk gemakkelijker in beeld verschijnen: als ik de kijker lichtjes beweeg, zie ik deze galaxy rechtstreeks.
    x BGO6 (93x, 28’): Mirach’s Ghost is rechtstreeks te zien; niet continue, maar even met het oog bewegen maakt ‘m weer zichtbaar.
    x Delos10 (56x, 1°18’): zelfs met fantasie zie ik Mirach’s Ghost niet.
    Conclusie: de BGOs laten duidelijk meer zien dan de Delos en XWs (waarbij de BGO6 en BGO7 meer laten zien dan de andere BGOs), maar de TMB-SM8 is toch een klasse apart.
    22:34hr, SQM18.51, buitentemperatuur 1°C; einde waarneming aan Mirach’s Ghost.
    .
    De oculairen van de test (van links naar rechts): BGO6, BGO7, XW7, TMB-SM8, BGO9, Delos10, BGO12.5, N17T4.
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 13. Testoculairen.JPG views: 1 grootte: 138,3 KB id: 1099409
    .
    M31 en bolhoop Mayall II
    22:54hr, SQM18.33. De telescoop staat weer vol in het maanlicht (na een tijdje in de schaduw van de Prunus in de achtertuin gestaan te hebben).
    De CGE1400 met XW40 laat de kern van M31 zien, met M32 eveneens zichtbaar. De schijnbare richting van de lange as van de galaxy onder slechte omstandigheden is weer 90 graden verkeerd, een verschijnsel dat ik eerder al gezien heb. Details, zoals stofbanden? Niets van te zien. Van M31 zelf is alleen het helderste kerngedeelte zichtbaar.
    Bolhoop Mayall II (G1), de grootste bolhoop behorende tot M31, is in een donkerdere omgeving een gemakkelijk object in de CGE1400, maar met de Volle Maan in de buurt is het een andere zaak. De hop start vanuit de virtuele plek van NGC206 (die ik niet te zien krijg) richting zuid, naar het ‘Cassiopeia Asterisme’ (met de ster 32 And van magn. 5.3) en van daaruit naar het westen tot aan de twee sterren die op een detail-zoekkaartje voor Mayall II staan, net oostelijk van Mayall II en ongeveer 5’-6’ uit elkaar.
    23.27hr, SQM18.37; buitentemperatuur 2.9°C, correctortemperatuur 3.8°C, relatieve vochtigheid 63%. Na een meridiaan-flip en een hop zit ik met de CGE1400 met XW40 (98x, 43’) weer terug bij het tweetal sterren net oostelijk van Mayall II. Over naar de CGE1400 met BGO18 (217x, 12’), maar ik krijg Mayall II niet te zien. Om 23:43hr, SQM18.27; met de CGE1400 met BGO12.5 (313x, 8’) ben ik weer terug bij de twee sterren net ten oosten van Mayall II, en van daaruit ongeveer 10’ richting west kom ik bij een gelijkbenige driehoek waarbij Mayall II met de twee sterretjes die tegen bolhoop Mayall II aanstaan (‘Mickey Mouse’), in de spitse tophoek staan. De twee lange zijden zijn 1/3e beeldveld lang; één van de twee sterren in de basis van de driehoek is dubbel. Ik moet geconcentreerd en perifeer kijken om dit alles te zien, maar Mayall II krijg ik zo niet te zien.
    23:49hr, met de BGO9 (434x, 6’) zie ik Mayall II met de twee direct tegenaan staande sterretjes nog steeds niet gescheiden, wat ik ook probeer.
    0:13hr, met de TMB-SM8 (489x, 4’) zie ik het driehoekje in beeld. Ik zie Mayall II met z’n twee sterren als een driehoekige vlek. De seeing is niet perfect, en af en toe verandert het beeld in een verzameling enorme bloppen, alsof de warme rook uit de schoorsteen (m’n vrouw heeft de open haard aan; schoorsteen aan de oostkant van mijn waarneemstek) door beeld trekt.
    De TMB-SM8 laat het beste beeld van Mayall II zien, zoveel is duidelijk, maar gemakkelijk is het allemaal niet. Het waarnemen met dit oculair vergt een andere techniek dan gebruikelijk: eerst perfect-perfect scherpstellen op een helderdere ster, TMB-SM8 eruit en een oculair erin met een groter beeldveld (en niet meer focuseren dmv de focusser), het gewenste object zoeken/in beeld zetten en daarna weer terug naar de TMB-SM8. Een object zoeken door middel van starhoppen met de TMB-SM8 in de C14 is vrijwel onmogelijk, met het extreem kleine beeldveld van slechts 4’ (vier boogminuten!) bij een vergroting van 489x. Maar ook dit oculair voegt duidelijk wat toe!
    .
    Een aantal H400s en nog wat meer in Perseus en Cameleopardalis
    0:25hr, SQM18.26; de gegeven omstandigheden maken gemakkelijke objecten in een aantal gevallen moeilijk, maar open sterrenhopen mogen een niet al te groot probleem zijn. Niet ver van Mirphak (α Per), de hoofdster in Perseus op kaart 43 van de Uranometria 2000.0, staat open sterrenhoop NGC1245, een H400-object. Het is een wat groter object; zou het in de WO80FD zichtbaar zijn? De omgeving van Mirphak in de WO80FD met N17T4 (33x, 2 °31’) staat vol met sterren, voor het grootste deel behorende tot Mel20, de grote open sterrenhoop waarvan Mirphak de helderste ster is. Maar het beeldveld in de telescoop is veel te klein om een overzicht van de hele open sterrenhoop te laten zien.
    Vanuit Mirphak richting zuid over minder dan één graad, staan twee sterren waaronder V575, die richting zuidwesten wijzen naar twee sterren die net ten noorden van open sterrenhoop NGC1245 staan, op een graad of drie zuidwestelijk van Mirphak. De twee sterren een graad noordelijk van NGC1245 staan in beeld van de WO80FD met N17T4 (33x, 2 °31’). Net zuidelijk van de verbindingslijn tussen de twee sterren, staan twee zwakkere sterren die richting NGC1245 wijzen, een halve graad verder. Er staan twee sterren die tegen NGC1245 aanstaan; de open sterrenhoop zelf krijg ik in de WO80FD met N17T4 niet te zien. In de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) passen de twee sterren mooi in beeld (een half beeldveld); een stukje ernaast (niet op lijn) zie ik vijf helderdere sterren in een boogje. Tussen dit boogje en de twee sterren zie ik een aantal zwakkere sterren; vier zijn wat helderder (maar zwakker dan de sterren in het boogje) met er tussenin een aantal spikkels cq. nog zwakkere sterren. De hemelachtergrond is echter nog steeds te licht. In de CGE1400 met XW14 (279x, 15’) passen de twee sterren mooi in beeld (3/4 beeldveld afstand) samen met de boog van sterren, met er tussenin zwakkere sterren van open sterrenhoop NGC1245, wat onsamenhangend, maar duidelijk wel bij elkaar horende.
    .
    Noordoostelijk van Mirphak, op een afstand van zo’n drie graden, staat open sterrenhoop NGC1348, te bereiken door middel van een hop door een wat leger gedeelte van Mel20. Vanuit Mirphak richting noord, daarna richting oost. Op de plaats van NGC1348 zie ik nu niet direct iets staan wat op deze open sterrenhoop zou kunnen lijken; de achtergrond is te helder om zwakke objecten te kunnen zien.
    Noordelijkoostelijk van NGC1348, op een afstand van 2.5 graad op kaart 28, staat NGC1444, een H400-open sterrenhoop. Een beetje vreemd is dat in de atlas op de plaats van deze open sterrenhoop, een dubbelster aangegeven staat, maar niet het symbool van de open sterrenhoop zelf. De hop naar NGC1348 begint bij de ster γ Per op kaart 28, ongeveer zes graden ten westen van NGC1348. Zuidelijk van γ Per staat een rij van sterren, onder andere τ Per, over een lengte van een graad of twee. Dit is een goed uitgangspunt om oostelijk van γ Per een driehoek van sterren te vinden waar open sterrenhoop NGC1220 bij de meest noordelijke ster staat. In de WO80FD is deze open sterrenhoop niet te zien.
    1:01hr, SQM18.15. In de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) past de driehoek in beeld; NGC1220 staat er net buiten. Ik zie een heel klein vlekje, maar als ik wat beter kijk, kan ik enkele sterretjes in dit vlekje zien. In de CGE1400 met de XW10 (391x, 11’) wordt het niet veel meer dan met de XW30: veel meer details worden niet zichtbaar: een klein kluitje, 1/6e beeldveld groot, met een enkel individueeel sterretje; perifeer zijn het er vier of vijf.
    Vanuit de driehoek van sterren waar NGC1220 net buiten staat, over een viertal graden naar het oosten via een aantal tweetallen van sterren, tot aan een rijtje van vier sterren die oost-west staan over een lengte van globaal een graad, kom nog een ruime graad verder bij nog een oost-west staand rijtje van sterren. Open sterrenhoop NGC1444 moet hier vlakbij staan, maar in de WO80FD met N17T4 zie ik ‘m niet. 1:09hr, met de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) zie ik één heldere ster met er vlak naast een tweede zwakke sterren en een stukje verder een rijtje van een aantal zwakkere sterren. In de CGE1400 met XW20 (196x, 22’) zie ik één heldere ster, een fractie van een beeldveld verder een zwakkere ster en bijna evenwijdig, op 1/10e beeldveld, een rijtje van drie sterren met een totale lengte die iets meer is dan de afstand tussen de heldere ster en het rijtje. Er staat nog een aantal wat zwakkere sterretjes bij. Het groepje 'an sich' valt op, maar het is moeilijk te bepalen wat allemaal tot de open sterrenhoop behoort. Ik tel er een stuk of zeven of acht, maar een paar meer zou ook kunnen, als ik de grenzen wat verder weg leg.
    .
    Via een aantal patronen een negental graden naar het noorden en dan een klein stukje naar het oosten, kom ik via een klein driehoekje van sterren en twee sterren uit bij NGC1501, een H400-planetaire nevel in Cameleopardalis, nog steeds op kaart 28. In de WO80FD met N17T4 zie ik deze planetaire nevel niet; in de CGE1400 met XW40 (98x, 43’) zie ik een kleine vlekje, zonder OIII. Mét OIII in de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) is het opvallend hoeveel helderder de nevel wordt, maar het is nu net alsof het middengedeelte minder helder is: net een kleine uitvoering van de Ringnevel met een lager contrast.
    1:33hr, SQM18.33. In de CGE1400 met BGO18 (217x, 12’) en OIII zie ik dit zwakkere binnengedeelte nog wat duidelijker, maar de centrale ster zie ik zo niet. Zonder de OIII zie ik de centrale ster af en toe in beeld verschijnen, maar ik kan ‘m niet continue vasthouden.
    .
    DSOs in Taurus
    H400-open sterrenhoop NGC1647 is op kaart 77 aangeduid als een groot object, met een diameter van ongeveer 50’. De hop begint bij Aldebaran; van daaruit vier graden naar het noorden kom ik uit bij een groepje van vier sterren waarbij galaxy NGC1615 staat, op net twee graden ten westen van NGC1647. NGC1615 probeer ik in de CGE1400 met de BGO18 (217x, 12’) en BGO12.5 (313, 8’), maar krijg ik niet te zien. Vanuit de positie van NGC1615 naar het zuiden, kom ik een klein rijtje van sterren tegen; van daaruit recht naar het oosten, over twee graden, kom ik bij een oost-west gericht rijtje sterren; bij twee sterren die dicht bij elkaar staan, zie ik in de WO80FD met N17T4 (33x, 2°31’) een losse kluit van een aantal sterren in een grijze lichtsoep; dit is NGC1647. Deze lichtsoep zorgt ervoor dat de open sterrenhoop niet heel erg opvalt. In de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) zie ik dat het beeldveld te klein is voor dit object. De CGE1400 met de XW40 (98x, 43’) hou ik de twee sterren net buiten beeld; ik zie dan een kluit sterren die net binnen het beeldveld van dit oculair passen. Ik zie daar een 25-tal helderdere en een aantal zwakkere sterren die een onsamenhangend geheel vormen; het beeldveld is te klein. De WO80FD met Delos10 (56x, 1°18’) laat die twee sterren zien; in de open sterrenhoop zijn nog steeds niet heel veel sterren te zien, doordat de achtergrond te licht is. Het geheel past wel een heel stuk beter in het beeldveld dan in het beeld van de XW40 in de CGE1400; 1/3e beeldveld is gevuld met zo’n 20 sterren die tot de open sterrenhoop behoren.
    .
    De maan hoog in het zuidwesten om 1:58hr. De maan stoort nog steeds enorm; Jupiter, de Pleiaden en Orion zijn zichtbaar geworden. Pentax K10D met Sigma 4.5mm F2.8 Circular Fisheye, 60 seconden op F3.5, ISO200 met ruisonderdrukking.
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 14. 1.58hr.JPG views: 1 grootte: 151,4 KB id: 1099410
    .
    2:02hr, SQM18.17, buitentemperatuur 0.9°C, correctortemperatuur 2.1°C, relatieve vochtigheid 69%. Twee andere open sterrenhopen, NGC1746 en NGC1802, staan net zes graden ten noordoosten van NGC1647; deze wil ik ook bekijken. Ik gebruik de WO80FD met N17T4 (33x, 2°31’) voor de hop naar beide open sterrenhopen vanuit NGC1647. In eerste instantie gaat het naar het noorden via de ster τ Tau tot aan de ster 95 Tau; van daaruit richting oost tot voorbij de ster 99 Tau. Vanuit deze ster loopt er een rijtje van sterren tot aan 103 Tau; daar tussenin staat open sterrenhoop NGC1746. NGC1746 is een heel grote groep sterren, ¼ beeldveld in de WO80FD met N17T4. Aan de oostkant staat een boog van een aantal sterren voor een deel rond de open sterrenhoop heen. In de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) is een groot aantal sterren te zien, maar het is geen mooi object doordat het beeldveld te klein is. In de WO80FD met N17T4 zie ik een 20-tal helderdere en een aantal zwakkere sterren die samen de open sterrenhoop vormen. Vanuit 103 Tau, net noordoostelijk van NGC1746, beweeg ik met behulp van de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) naar open sterrenhoop NGC1802, net ten oosten van 103 Tau. Ik herken niets als open sterrenhoop, dus zoek ik een internet-foto van dit object in de iPhone. Ik zie nu een patroon van sterren in het beeld dat lijkt op het patroon dat ik op de internet-foto zie: 18 helderdere sterren die een beetje lukraak door het beeld verspreid lijken te staan, samen een wat langwerpige groep van sterren vormende.
    Orion staat intussen achter de Prunus; Taurus staat er nog net links naast. Zeven graden naar het zuiden, weer op kaart 97, staan nog twee open sterrenhopen, namelijk NGC1807 en NGC1817. NGC1817 is een H400-object. Zuidelijk bewegende via NGC1746 en de sterren 102, 106, 107 en 104 Tau, en dan over naar kaart 97, kom ik uit bij twee sterren, waarvan de zuidwestelijke, 15 Ori, de helderste is, en een graad noordoostelijk een ster van magnitude 5. Noordelijk daarvan zie ik twee groepjes van sterren die noord-zuid gericht lijken te zijn, op 1/5e beeldveld van elkaar in de WO80FD met N17T4 (33x, 2°31’). Ondanks het feit dat NGC1817 een H400 object is, is deze niet veel opvallender dan NGC1807. In NGC1807 staan iets meer wat helderdere sterren in; in totaal zo’n acht of negen; in NGC1817 ongeveer zeven.
    2:24hr. In de CGE1400 met XW30 (130x, 32’) is NGC1807 te zien als een groepje van tien helderdere sterren die in twee loodrecht op elkaar staande rijen lijken te staan; er staat een aantal zwakkere sterren tussen. De diameter is ongeveer een half beeldveld; een redelijk losse groep die als zodanig wel herkenbaar is. NGC1817 is een armere groep, langgerekt, negen helderdere sterren en ongeveer tien zwakkere, drie keer zo langs als breed. Het geheel is tamelijk onsamenhangend.
    .
    Tenslotte
    Had het zin? Ja, het had zin, ondanks de zeer heldere maan. Maar na al die oculairtests vraag ik me langzamerhand wel af wat ik met de XW7 moet …
    .
    2:38hr tijdens het opruimen van de telescoop: twee dauwlinten (rond de buis en rond de corrector) hebben ervoor gezorgd dat de corrector van de C14 nog steeds onbeslagen is (dauwkap weggenomen voor de foto). De maan staat hoog boven de telescoop, in het zuidwesten.
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 15. 2.38hr.JPG views: 1 grootte: 171,8 KB id: 1099411
    Last bewerkt door Skyheerlen; 06-11-12, 20:48.

    #2
    Vraagje ... hoe veel slechter was de hemel nu dan in La Guindaine? Nou ... héééél veel slechter! Alle opnamen met dezelfde instellingen; alleen de lokatie is verschillend.
    .
    La Guindaine, 15 september 2012, 1:19hr, Pentax K10D met Sigma 4.5mm F2.8 Circular Fisheye, 120 seconden op F3.5, ISO800 met ruisonderdrukking.
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 1. Guid 19.9 119hr.JPG views: 2 grootte: 113,3 KB id: 1056122
    .
    Am Grünen Kloster, 12 oktober 2012, 23:22hr. Pentax K10D met Sigma 4.5mm F2.8 Circular Fisheye, 120 seconden op F3.5, ISO800 met ruisonderdrukking.
    .
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 2. AGK 12.10 23.22hr.JPG views: 2 grootte: 117,9 KB id: 1056123
    .
    Hoensbroek, 27 oktober 2012, 21:26hr, Pentax K10D met Sigma 4.5mm F2.8 Circular Fisheye, 120 seconden op F3.5, ISO800 met ruisonderdrukking..
    Klik op de afbeelding voor een grotere versie naam: 3. Hbr 27.10 21.26hr.JPG views: 2 grootte: 153,5 KB id: 1056124
    .
    Nauwelijks sterren te zien, inderdaad, en de maan is één grote, lichte vlek.
    Last bewerkt door Skyheerlen; 01-11-12, 20:57.

    Commentaar


      #3
      Toch een heel mooie oogst voor een volle maan nacht, ook lekker veel H400's meegenomen, de teller loopt goed door!
      Die BGO's presteren inderdaad opvallend sterk tgo jouw XW7, maar je verliest er wel redelijk wat beeldveld mee. Het is wat je comfortabel waarnemen noemt, mij stoort het helemaal niet en ik kijk er dan ook naar uit om binnenkort mijn BGO5 te gaan testen op Jupiter!
      -- Objects on sketch are fainter than they appear --

      Commentaar


        #4
        Wat de SQM betreft heb je het iets slechter dan wat ik in de stad bij Nieuwe Maan heb . Mirach's Ghost is dan wel erg lastig, hij is niet zo geconcentreerd. NGC 1023 is een veel dankbaarder object.

        Je ervaringen met de open sterrenhopen komen goed overeen met de mijne. Sommige zijn niet te zien, de meeste zijn niet erg spectaculair, maar wel het aanzien waard.

        Interessant dat die ortho's en zeker die supermono zo goed presteren met een heldere hemelachtergrond. Dat het van die kijkrieten zijn is bij een GoTo wat minder vervelend dan met starhoppen. Mmmm.
        Last bewerkt door svdwal; 01-11-12, 08:46.
        What where the skies like when you were young?

        Commentaar


          #5
          Weer een interessant verslag! Ik zat ook die avond achter de 127ed apo, en heb ondanks die felle maan genoten van diverse sterhopen en een paar planetairen. Je ziet dan wel wat minder zwakke sterren, maar ik kom toch verrassend ver.
          Enne.. ik begrijp dat die 7XW een pain in the ass wordt, ik ben eventueel wel bereid om hem voor een zacht prijsje over te nemen .
          Takahashi Mewlon 210, Kson 1026ED apo

          Commentaar


            #6
            Mooi verslag, vooral de open sterrenhopen zijn dankbare objecten tijdens zo'n nacht. Ik was onlangs ook op zoek naar 1817 en 1807, maar kwam ik bij 1662 in Orion uit. En handig als je een 80 mm erbij hebt, want er zitten aardig uitgebreide objecten tussen. Ik geloof dat ik zelf na een minuut of twee G1 wel zou laten voor een heldere nacht, maar waarschijnlijk bleef je kijken voor de oculairvergelijking.
            Enter
            Ik verbaas me wel weer over de verschillen tussen de oculairen. Dat er verschil is geloof ik, maar tussen perifeer zien en direct zien zou toch een aardig verschil moeten zitten. Vooral bij de Delos10, daar heb ik erg goede ervaringen mee en die is een recent ontwerp, waarbij je zou zeggen dat de nieuwste coatings gebruikt zijn. Zijn er uberhaupt objectieve cijfers te vinden over doorlatendheid?

            Commentaar


              #7
              Ik weet dat het frustrerend kan werken, en zo ervaar ik het zelf ook. Die kleine (relatief) goedkope 'prutsoculairtjes' (alhoewel, zo'n TMB Supermono is zeker niet goedkoop) laten meer door dan die dure widefields. En toch zie ik dat iedere keer weer: perifeer in de Delos10 (of XW10 - die liggen erg dicht bij elkaar) haal ik niet wat de BGOs en zeker die Supermono presteren (al dan niet perifeer), ondanks de dure coatings. Het ontbreken van veel glas maakt blijkbaar toch veel uit. En ik ben niet de enige: Alvin Huey bijvoorbeeld, ziet dat ook zo (link volgen en een stuk omlaag scrollen).
              .
              Het verschil met Naglers T6 oculairen is overigens nog groter: die houden blijkbaar meer licht tegen. Klik!!
              .
              Volgens de specs hebben de XWs een transmissie van 98% (ik weet even niet bij welke golflengte), maar dat kan ik nauwelijks geloven gezien de verschillen die ik toch waarneem tussen XW/Delos enerzijds en BGO/TMB-SM anderzijds.
              .
              .

              Desondanks: die XW7 gaat voorlopig niet weg; het is ook een mooi oculair in de WO80FD. Sorry voor de gewekte verwachtingen.
              Last bewerkt door Skyheerlen; 03-11-12, 12:39.

              Commentaar


                #8
                Mooi verslag weer en respect dat je na Guindaine met volle maan in hartje Hoensbroek staat te waarnemen
                .
                Interessant je conclusies over de oculairen, maar wel hetgeen ik al verwachtte. Volgens mij liggen die dure coatings allemaal zeer dicht tegen elkaar aan qua transmissie, maar glas absorbeert nou eenmaal per mm lichtweg. Daar helpt geen coating tegen. En het aantal media lucht/glas waar het licht doorheen moet zal toch zeker ook een rol spelen...

                Commentaar


                  #9
                  Volgens mij is het met de moderne glassoorten een fabeltje dat er veel licht geabsorbeerd wordt. De transmissie zit echt ver in de 90%. Het kan hooguit een paar procent schelen, wat niet merkbaar kan zijn. Hoe is het anders mogelijk dat er in de fotografie zoomobjectieven zijn met tegen de twintig elementen?

                  Commentaar


                    #10
                    Kan het niet zijn dat door het kleinere beeldveld, er in totaal minder licht op je netvlies valt en het contrast net iets hoger lijkt?
                    10" SW Flextube dobson

                    Commentaar


                      #11
                      Origineel geplaatst door reflector Bekijk bericht
                      Het kan hooguit een paar procent schelen, wat niet merkbaar kan zijn.
                      Waarom betalen mensen voor een dure coating als een paar procent niet merkbaar zijn?
                      .
                      Ik heb het zelf nooit vergeleken (ik heb 'slechts' Naglers en dat blijft ook zo), maar best veel mensen claimen wel degelijk verschillen te zien. Bijvoorbeeld http://www.cloudynights.com/documents/tmb.pdf

                      Commentaar


                        #12
                        Ik heb de vergelijkende test vaker gedaan, en steeds is de uitkomst hetzelfde: de BGOs laten meer zien dan de XWs en Delos. Naar de oorzaken kan ik alleen maar gissen, maar transmissie door de dikkere glaslagen speelt zeker een rol.

                        Commentaar


                          #13
                          Ik zal het ook eens met eigen ogen proberen te zien.
                          Waarom betalen mensen voor een dure coating als een paar procent niet merkbaar zijn?
                          Wat ik probeerde te betogen was dat de transmissie van het glas het verschil eigenlijk niet kan maken. Over coating heb ik het niet gehad.

                          Commentaar


                            #14
                            Het zit hem volgens mij meer in het aantal glas-lucht overgangen en de oppervlakteruwheid. En bij breedvelders zit de veldlens vaak meer achterin het oculair waardoor deze meer strooilicht kan oppikken. Wellicht dat het kleinere beeldveld, en dus meer zwart in het totale beeldveld, het zien van laag contrast minder verstoort.

                            Commentaar


                              #15
                              Ik heb jaren met Naglers waargenomen en mijn ondervinding is dat het inderdaad lijkt dat een groot beeldveld meer licht vangt van de omgeving. Momenteel gebruik ik Radians.
                              http://www.vvscapella.be/hubert-hautecler/

                              Commentaar

                              Werken...
                              X