Aankondiging

Samenvouwen
Nog geen aankondiging momenteel

Het maken van planeettekeningen

Samenvouwen
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Toon
Alles wissen
nieuwe berichten

    Het maken van planeettekeningen

    In mijn vorige bericht ging er iets mis met het versturen van mijn omschrijving van het maken van tekeningen van de maan en de planeten, omdat ik geen Word document kan versturen. Hierbij een kopie van de beschrijving en een deel van de bij deze beschrijving behorende afbeeldingen. In een volgend bericht stuur ik u de rest van de afbeeldingen.

    Werkwijze bij het waarnemen van de maan en de planeten

    Voor mij is het een uitdaging, zoveel mogelijk details op de maan en op en nabij de planeten waar te nemen. Voor het waarnemen van de maan en de planeten heb ik de beschikking over een refractor D=154 mm en F=1800 mm en een reflector D=305 mm en F=1524 mm.

    Voordat ik de maan en de planeten ga waarnemen, laat ik de kijker vooraf minimaal een half uur afkoelen om deze de buitentemperatuur te laten aannemen. Bovendien stel ik de kijker zo op, dat ik geen hinder heb van verblinding van lichtbronnen en opstijgende warme lucht (denk aan schoorstenen). Op deze wijze kan ik optimaal gebruik maken van de momenten van goede seeing, die ik benut om zoveel mogelijk details te kunnen waarnemen.

    Als de kijker voldoende is afgekoeld, neem ik een papierhouder met memoblaadje en een doos met oculairen mee naar buiten. Pas na een kwartier, als mijn ogen voldoende aan de duisternis zijn gewend, begin ik met waarnemen.

    De oculairen laat ik zoveel mogelijk in de doos, om te voorkomen dat deze dankzij het vochtige klimaat in Nederland snel beslaan. Is een oculair eenmaal beslagen, dan gaat het contrast van het beeld sterk achteruit. Het spreekt vanzelf, dat de fijnste details dan niet meer te zien zijn.

    Voor het waarnemen van de planeten gebruik ik als oculairen meestal Meade Ultra Wide Angle. Dit type oculair geeft, dankzij het enorme gezichtsveld, een schitterend beeld: het lijkt wel of je op weg bent naar de planeet en er al vlakbij bent! Mijn telescopen zijn niet voorzien van een volgmotor, maar door het grote gezichtsveld blijft de planeet langer in beeld, voordat de telescoop opnieuw moet worden gericht. Een andere reden dat ik deze oculairen toepas, is dat het beeld van rand tot rand scherp is.

    De oppositie van de planeet Mars in 2005 is voor mij een van de beste ooit. Dankzij het goede weer heb ik vele tekeningen van de planeet kunnen maken. De planeet heb ik waargenomen met de 305 mm reflector, bij vergrotingen van 227 maal (6,7 mm oculair) en 324 maal (4,7 mm oculair) bij redelijke tot goede seeing. Bij uitzonderlijk goede seeing was een vergroting tot 435 maal (3,5 mm oculair) toepasbaar. In het laatste geval kon ik niet alleen de zuidpoolkap en de grotere structuren zoals Syrtis Major en Mare Cimmerium, maar ook de fijnere details zoals Solis Lacus, de vorkvormige vlek Sinus Meridianii en Olympus Mons waarnemen.

    De planeet Jupiter heb ik in 2005 en 2006 waargenomen met de 154 mm refractor bij vergrotingen van circa 150 tot 200 maal. De Grote Rode Vlek was deze jaren tamelijk licht van kleur. Verder kon ik in de wolkenbanden vele lichte en donkere structuren waarnemen. Bijzonder fraai vond ik de zichtbaarheid van een tweede “Rode Vlek” in 2006.

    De planeet Saturnus heb ik in 2005 en 2006 waargenomen met de 305 mm Newton reflector, bij vergrotingen tot 324 maal (4,7 mm oculair). Met dit instrument kon ik de Cassini-scheiding, de C-ring en de satellieten Titan, Rhea, Tethys, Dione, Japetus, Enceladus, Mimas en Hyperion waarnemen. Bij uitzonderlijk goede seeing kon ik bij een vergroting van 435 maal (3,5 mm oculair) ook een deel van de Encke-scheiding waarnemen. Bijzonder onder de indruk was ik van mijn visuele waarneming van een lichte vlek (een storm) in de atmosfeer van Saturnus in de nacht van 18 op 19 februari 2006.

    In 2005 en 2006 heb ik ook diverse malen Uranus en Neptunus waargenomen. Van Uranus heb ik met de 305 mm reflector tot op heden drie satellieten visueel waargenomen: Oberon, Titania en Ariel. Satelliet Triton van Neptunus kan ik gemakkelijker visueel waarnemen dan de satellieten van Uranus. Bij het waarnemen van de satellieten zorgt Uranus voor veel meer overstraling dan Neptunus. Details op Uranus en Neptunus heb ik tot op heden niet waargenomen. Overigens verbaast mij dit niet, omdat de schijnbare diameters van beide planeten zeer klein zijn en zelfs de Hubble telescoop in zichtbaar licht weinig details op Uranus laat zien.

    Werkwijze bij het maken van tekeningen van de maan en de planeten

    Voor mij is het een uitdaging, de details die ik op de maan en op en nabij de planeten heb waargenomen, zo goed mogelijk in een tekening te verwerken. Het visuele beeld probeer ik daarbij zo goed mogelijk te benaderen.

    Voordat ik ga waarnemen, neem ik een memoblaadje (A6-formaat) en klem ik dit blaadje vast op een papierhouder (A4-formaat). Hierdoor heb ik een harde ondergrond, zodat ik de details gemakkelijk kan tekenen. Om in het donker details te kunnen tekenen, is de papierhouder tevens voorzien van een rode LED dat op het memoblaadje schijnt.

    Zodra mijn ogen aan het beeld gewend zijn, begin ik met het schetsen van de details. Eerst de grotere structuren, daarna de fijnere details:
    • Bij de maan beperk ik mij tot het tekenen van de details van één of enkele grote kraters en de nabije omgeving. De details op de maan zijn zo complex, dat het onmogelijk is op een avond meer details in kaart te brengen. Bovendien verandert in de loop van enkele uren de maanfase aanzienlijk.
    • Bij Mars begin ik met het schetsen van de poolkap(pen) en de grotere structuren. Daarna de fijnere details en eventuele wolken in de atmosfeer van Mars. Het maken van een ruwe schets duurt maximaal een half uur, omdat anders de details op Mars al zoveel verplaatst zijn, dat ik een vertekend beeld krijg.
    • Bij Jupiter begin ik met het schetsen van de noordelijke en de zuidelijke equatoriale band en eventuele banden nabij de polen. Als ik alle banden heb ingetekend, teken ik de structuren in de wolkenbanden in, van grof naar fijn. Het maken van de ruwe schets duurt niet langer dan een kwartier, omdat anders de details gevolge van de snelle rotatie van Jupiter zoveel zijn verplaatst, dat ik een vertekend beeld krijg.
    • Bij Saturnus begin ik met het schetsen van de ringen, gevolgd door de schaduwen en de wolkenbanden. Van Saturnus maak ik een tekening van de planeet met de maantjes, een “overzichtstekening”, en bij goede seeing ook een detailtekening van de planeet met details op de planeetbol en in de ringen.

    Omdat het schetsen van de planeten achter de telescoop niet te lang mag duren, gebruik ik maar één type potlood. Uiteraard is het bij alle waarnemingen zeer belangrijk, gegevens als seeing, transparantie van de hemel, gebruikte telescoop, toegepaste vergroting en datum en tijdstip op de schetsen te vermelden, omdat ik de schetsen niet altijd dezelfde avond verwerk.

    Na het waarnemen van de planeten ga ik de schetsen verwerken in de uiteindelijke tekeningen. Meestal gebeurt dit in het weekeinde als het slecht weer is en ik toch niet naar de planeten kan kijken. Ook bij slecht weer kan ik dan plezier aan mijn hobby beleven. Ik neem ruim de tijd voor het maken van de tekeningen: per tekening ben ik toch gauw een uur bezig. Echter, geduld is een schone zaak. Voor het maken van de tekeningen van de planeten gebruik ik zelfgemaakte “standaard” waarneemformulieren, die ik met mijn PC heb gemaakt. Allereerst geef ik de tekening een lichtgrijze achtergrondkleur. Daarna teken ik de details in. Om lichte en donkere structuren goed tot uiting te laten komen, gebruik ik potloden met diverse hardheden: van 5H voor de lichte structuren tot HB voor de donkere structuren. Voor het tekenen van de schaduwstip van een maantje gebruik ik echter een zwarte viltstift.

    Zodra de tekeningen gereed zijn, worden deze gescand met de computer. Met software voor het bewerken van foto’s zet ik de tekeningen van de planeten na het scannen om in kleur, waarbij de kleuren de waargenomen kleuren zoveel mogelijk benaderen. De tekeningen sla ik tenslotte op als JPG-bestand.

    Het tekenen van de maan

    Voor het maken van tekeningen van de maan maak ik geen gebruik van waarneemformulieren en schetsen. De achter de telescoop gemaakte tekening is tevens de definitieve tekening. Wel zal ik na afloop van de waarneming enkele contrasten in de tekening bijwerken. Daarbij moet ik dan een beroep op mijn geheugen doen. Schaduwen in maankraters werk ik bij met een zwarte viltstift.
    Hiernaast staat een voorbeeld van een tekening van enkele maankraters. Deze tekening heb ik in 1996 gemaakt en toont het beeld in mijn reflector D = 250 mm, F = 1300 mm.

    Het tekenen van Mars

    Voor het maken van de tekeningen gebruik ik zelfgemaakte “standaard” waarneemformulieren voor Mars, zoals ik hieronder heb weergegeven. In onderstaande stappen heb ik aangegeven, hoe mijn Marstekeningen tot stand komen.
    Stap 1 is het uitprinten van het “standaard” waarneemformulier op schaal (meestal gebruik ik als schaal: 1 centimeter = 2,5 boogseconden).
    Stap 2 is het tekenen van de rand van de planeetbol. Hiervoor gebruik ik een zwarte pen.
    Stap 3 is het tekenen van het onverlichte deel van de planeet (indien Mars een schijngestalte heeft). Ook hiervoor gebruik ik een zwarte pen.
    Stap 4 is het donker maken van de ruimte om de planeetbol met een zwarte viltstift.
    Stap 5 is het tekenen van de contouren van de lichte gebieden.
    Stap 6 is lichtgrijs maken van de achtergrond (potlood met hardheid 5H).
    Stap 7 is het bijwerken van de lichtgrijze achtergrond. Tekenen met potlood veroorzaakt soms strepen. Door met een vinger over de tekening te wrijven, worden deze strepen afgevlakt en ontstaat een egaal beeld.
    Stap 8 is het intekenen van de donkere en grove structuren (potlood met hardheid H – 3H).
    Stap 9 is het intekenen van de lichtere en fijnere structuren (potlood met hardheid 2H – 4H).
    Stap 10 is het scannen van het resultaat van de tekening uit stap 9 en deze tekening omzetten in kleur.
    Stap 11 is het bijwerken van de kleuren van de poolkap en andere lichtere gebieden.
    Stap 12 is het bijwerken van het kader, ter verbetering van het contrast.

    Het tekenen van Jupiter

    Voor het maken van de tekeningen gebruik ik zelfgemaakte “standaard” waarneemformulieren voor Jupiter, zoals ik hiernaast heb weergegeven. Dit waarneemformulier print ik op schaal uit (een diameter van het Jupiterschijfje van 8 centimeter vind ik het handigst).
    Allereerst geef ik de tekening een lichtgrijze achtergrondkleur. Daarna teken ik de wolkenbanden in. Als laatste worden de structuren in de wolkenbanden ingetekend. Om lichte en donkere structuren goed tot uiting te laten komen, gebruik ik potloden met diverse hardheden: van 5H voor de lichte structuren tot H voor de donkere structuren. Voor het tekenen van de schaduwstip van een maantje gebruik ik een cirkelmal en een zwarte viltstift.
    Nadat alle hierboven genoemde details op Jupiter zijn ingetekend, ontstaat het volgende beeld.
    De tekening hiernaast toont een beeld van Jupiter, nadat deze is gescand en in kleur is omgezet.

    Het tekenen van Saturnus

    De waarneemformulieren voor Saturnus zijn afgestemd op de stand van de ringen op dat moment en moeten wel steeds worden aangepast. De afmetingen van de planeet en de buitenrand van de ringen op enig moment ontleen ik aan de Sterrengids. De afmetingen van de ringdelen benader ik aan de hand van gegevens uit mijn eerdere waarnemingen.
    Hiernaast staat een voorbeeld van een waarneemformulier voor Saturnus.
    Dit waarneemformulier print ik op schaal uit. Voor het maken van een gedetailleerde tekening van de planeetbol en de ring heeft de lange as van de ring een lengte van circa 150 mm. Voor het maken van een tekening van de planeet en de maantjes heeft de lange as van de ring een lengte van 20 tot 50 mm, afhankelijk van de stand van de maantjes ten opzichte van de planeet.

    Om lichte en donkere structuren goed tot uiting te laten komen, gebruik ik potloden met diverse hardheden: van 5H voor de lichte structuren tot 2H voor de donkere structuren. Voor het tekenen van de donkere C-ring gebruik ik een zacht potlood, meestal hardheid 3B. De Cassini-scheiding teken ik met een dunne zwarte viltstift.
    Nadat alle hierboven genoemde details op Saturnus zijn ingetekend, ontstaat het volgende beeld.
    De tekening hiernaast toont het beeld van Saturnus, nadat deze is gescand en in kleur is omgezet. Deze tekening toont de lichte vlek, zoals ik deze in de nacht van 18 op 19 februari 2006 kon waarnemen.
    Voor het maken van tekeningen van Saturnus en de maantjes maak ik bij het tekenen van de maantjes gebruik van de kleinste cirkel in mijn cirkelmal (1 mm). Het oppervlak binnen deze cirkel maak ik voor het grootste deel zwart, waarna een stipje met een diameter van slechts enkele tienden van een millimeter overblijft (een echt monnikenwerk!). De ruimte tussen de planeetbol, de ringen en de maantjes maak ik donker met een (dikke) zwarte viltstift.

    Het tekenen van Uranus en Neptunus

    Voor het tekenen van Uranus en Neptunus maak ik geen gebruik van waarneemformulieren, omdat de schijnbare diameters van beide planeten zeer klein zijn. Meestal maak ik dan ook tekeningen van deze planeten met de maantjes. De planeetbolletjes teken ik met een cirkelmal. De maantjes teken ik eveneens met een cirkelmal, op dezelfde wijze als bij de maantjes van Saturnus.De ruimte tussen de planeetbol en de maantjes maak ik donker met een (dikke) zwarte viltstift.

    Hieronder volgen tekeningen van beide planeten, gemaakt in 2006.
    In mijn beleven heeft Uranus een zachte groenachtige tint, terwijl Neptunus meer naar blauw neigt.

    De tekeningen van Uranus en Neptunus maak ik met behulp van de computer bewust onscherp, om de randverzwakking van beide planeten tot uiting te laten komen.


    Conrad van Ruissen

    [/b]
    ben benieuwd naar jullie reacties en alvast bedankt,

    vriendeljke groeten

    Hans de Nobel.

    #2
    Dat is een serieus typwerkje geweest. Ik vraag me af waarom dat je Saturnus en Jupiter nadien inkleurt met bruine tinten? Er zijn toch veel rode tinten te zien op Jupiter.
    Celestron C8 - Orion ED100 - Orion ED80 - Skywatcher ST80 - Tasco 17TR- Omegon Argus 16x70 - Helios Naturesport 10x50- Meade LDX75- AZEQ5

    Commentaar


      #3
      Origineel geplaatst door Jefke
      Dat is een serieus typwerkje geweest. Ik vraag me af waarom dat je Saturnus en Jupiter nadien inkleurt met bruine tinten? Er zijn toch veel rode tinten te zien op Jupiter.
      Dank je!

      Mijn visuele indruk is, dat de tinten op Jupiter en Saturnus zich ergens tussen rood en bruin bevinden. Deze tinten zijn in mijn beleven niet fel, de details op deze planeten zijn doorgaans contrastarm. In mijn tekeningen probeer ik mijn visuele indruk altijd zo goed mogelijk te benaderen en dat is soms best lastig.

      Conrad
      ben benieuwd naar jullie reacties en alvast bedankt,

      vriendeljke groeten

      Hans de Nobel.

      Commentaar


        #4
        Conrad bedankt voor deze uitvoerige uiteenzetting van hoe je te werk gaat, ik vind het zeer leerzaam. Ik hoop je binnenkort weer eens te spreken op de publieksterrenwacht.

        Commentaar

        Werken...
        X