Aankondiging

Samenvouwen
Nog geen aankondiging momenteel

afstand tot andere stelsels.

Samenvouwen
Dit onderwerp is gesloten.
X
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Toon
Alles wissen
nieuwe berichten

    afstand tot andere stelsels.

    Je leest heel vaak in bladen dat die sterrenstelsel of die ster op zoveel lichtjaar van ons afstaad.

    Alleen hoe berekenen ze dat eigenlijk ???. En hoe wordt eigenlijk bepaalt welke ster of object met die magnetude in de boeken gaat.
    "Een leven kan niet mislukken, want een leven kan ook niet lukken"

    #2
    Even geen geduld om zelf linkjes op te zoeken dus zal je even wat zoektermen geven waar je op kan zoeken:
    Standaardkaars
    Supernova 1A
    Cepheiden
    Roodverschuiving
    Fotometrie
    Dit is geen undersign.

    Commentaar


      #3
      Hoe ze het precies berekenen kan ik je niet vertellen. Ik weet wel dat ze naar de roodverschuiving van sterrenstelsels kijken. Aan de hand van de roodverschuiving kunnen ze berekenen hoe ver een stelsel van ons verwijderd is.

      De magnitude van een ster wordt bepaald aan de visuele helderheid van een ster. Op deze site kun je lezen hoe ze aan een bepaalde magnitude komen.
      Vuja De': the strange feeling you get that nothing has happened before.
      http://www.everyoneweb.com/demelzaramakers/

      Commentaar


        #4
        Ah dus toch met rood verschuiving, bedankt is wist het niet meer precies namelijk.

        Dat van de visuele helderheid wist ik, ik wist alleen niet hoe ze op die magnitude komen. Bendankt Demelza
        "Een leven kan niet mislukken, want een leven kan ook niet lukken"

        Commentaar


          #5
          Afstandsbepaling in het heelal is in het algemeen een hachelijke zaak. Roodverschuiving en Cephe´den vormen maar een klein deel van het verhaal. Een heel korte samenvatting:
          De basis wordt gelegd door naar nabije sterren te kijken hoe die in de loop van een jaar zich verplaatsen t.o.v. de achtergrond van verre sterren. Die verplaatsing is een gevolg van de draaiing van de aarde om de zon en wordt de parallaxmethode genoemd. Vervolgens kan van deze sterren de spectraalklasse worden vastgesteld (door naar het lijnenspectrum te kijken) en kan een verband gelegd worden tussen afstand, helderheid en spectraalklasse. Als we nu aannemen dat verder weg gelegen sterren met dezelfde spectraalklasse dezelfde helderheid hebben, kunnen we, door de helderheid vanaf de aarde te meten, de afstand berekenen.
          Op deze wijze kunnen we voor bekende objecten in onze omgeving van het melkwegstelsel (orionnevel, plejaden) de afstand bepalen, maar hierin zit al een behoorlijke onnauwkeurigheid. Dat blijkt als je bijv. verschillende bronnen raadpleegt voor de afstand tot de orionnevel.
          Dat komt enerzijds doordat sterren met dezelfde spectraalklasse verschillende helderheden kunnen hebben binnen een bepaald interval. En anderzijds doordat de waargenomen helderheid van sterren ook wordt be´nvloed door tussenliggend stof.
          Sterrenhopen kunnen ons nu verder helpen. Bijv. de Hyaden spelen een belangrijke rol bij het ijken van de afstandsschaal. We mogen namelijk aannemen dat al deze sterren ongeveer even oud zijn en ook dat ze op ongeveer dezelfde afstand staan. Omdat we iets begrijpen van sterevolutie kunnen we de sterren in een diagram plaatsen (het Hertzsprung-Russel-diagram) waarin een verband wordt gelegd tussen de absolute helderheid en de spectraalklasse. Tevens kunnen we de schijnbare helderheid hierin uitzetten die we kunnen meten. Uit de verhouding tussen schijnbare en absolute helderheid volgt de afstand, die nu veel nauwkeuriger is omdat hij gebaseerd is op een groot aantal metingen.
          Hoe verder we weggaan in het heelal, hoe helderder objecten we nodig hebben om de afstand te bepalen. Er worden vele methodes toegepast, maar bijna altijd komt het erop neer dat een helder object van een bepaalde klasse wordt gekozen, en wordt verondersteld dat we de absolute helderheid ervan kennen uit onderzoek van meer nabije objecten van dat type. Een belangrijk voorbeeld, maar zeker niet het enige, zijn de Cephe´den. Van deze klasse van sterren is bekend dat er een strikte relatie bestaat tussen de periode van helderheidswisselingen en de absolute helderheid. Het meten van zo'n periode is tot op grote afstanden uitvoerbaar en dus volgt weer de absolute helderheid en daaruit de afstand. Wel is dit natuurlijk gebaseerd op eerdere metingen van nabije cephe´den via andere methodes, want het feit dat we weten dat er een periode-lichtkrachtrelatie bestaat is niet voldoende. Hij moet ook geijkt worden aan eerdere resultaten. En bij ieder stapje waarbij we de ene methode aan de andere ijken kunnen we weer een fout maken en neemt de onnauwkeurigheid toe.
          Uiteindelijk kunnen we, na vele van dit soort stapjes, ook heldere sterren in nabije sterrenstelsels meten en op die manier de afstand van deze stelsels bepalen. Let wel: hier komt nog geen roodverschuiving aan te pas! Pas nadat Hubble van een grote hoeveelheid stelsels de afstand had bepaald en hij tevens de roodverschuiving ging meten, kwam hij tot de conclusie dat er een relatie bestaat tussen afstand en roodverschuiving. Aangenomen (weer een aanname!) dat deze wet ook in het verdere heelal geldt, kunnen we een schatting maken van de afstand tot verder weggelegen sterrenstelsels. Het meten van de roodverschuiving is nl. tot op grote afstanden mogelijk; slechts het identificeren van enkele waterstoflijnen in het spectrum is voldoende. Echter, je meet op die manier de snelheid en je veronderstelt dat deze een directe relatie met de afstand heeft... echter de stelsels hebben ook peculiaire snelheden die zich niets aantrekken van de Hubblewet. Al met al levert dit een resultaat op waarbij er, tot een jaar of tien geleden, een marge van een factor 2 gegeven moest worden bij de afstanden van verre sterrenstelsels (uitgedrukt in lichtjaren). In publicaties wordt daarom vaak de roodverschuiving van een stelsel direct gegeven als afstandsindicator. Hiermee vermijdt men de discussie hoe deze roodverschuiving omgerekend moet worden naar een afstand in lichtjaren. Bijvoorbeeld als een stelsel een roodverschuiving 1 heeft, dan ligt het halverwege ons en de grens van het waarneembare heelal. Maar is dat 5 of 10 miljard lichtjaar? Dat weten we niet want daarvoor is de ijking van de Hubblewet te onnauwkeurig. Althans tot voor kort, want recent onderzoek van Perlmutter aan supernovae in verre sterrenstelsels geeft een veel betere nauwkeurigheid en daardoor weten we nu dat de grens van het zichtbare heelal op 13,7 miljard lichtjaar gesteld moet worden. Dit onderzoek laat echter ook zien dat de Hubblewet op grote afstanden niet meer geldt, omdat het heelal versneld lijkt uit te dijen.
          Kortom, een heel lastig, maar ook heel boeiend stukje sterrenkunde waar voorlopig nog niet het laatste woord over gezegd is. Nooit mogen we geloven dat een bepaalde, in een catalogus opgegeven afstand een vaststaand feit is en steeds moeten we verwachten dat nieuwe methodes worden toegepast en gepubliceerd, waardoor ons inzicht in de afstandsschaal van het heelal verder toeneemt.

          Commentaar


            #6
            Een iets minder korte samenvatting van de afstandsbepaling van sterren.
            Only the true messiah denies his divinity

            Commentaar

            Werken...
            X