Aankondiging

Samenvouwen
Nog geen aankondiging momenteel

Autoguide vraag

Samenvouwen
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Toon
Alles wissen
nieuwe berichten

  • Paul Gerlach
    antwoordde :
    Hallo astroforum leden,

    In mijn laatste uiteenzetting over de brandpuntsafstand van een guidescope gaf ik aan dat R(g) 20 boogsec. per pixel mag bedragen als de guidesoftware tot op een tiende van een pixel de positie van het sterbeeldje kan bepalen.

    Wat ik mij nu afvraag is; mag ik dit nu wel zo zeggen?
    Hoe groot is zoŽn sterbeeldje op de CCD nu eigenlijk? Kan je dat berekenen? Hoe?

    Hoeveel pixels moet een sterbeeldje beslaan zodat de software goed kan werken? Als dit 1 pixel is, lijkt het mij niet mogelijk.
    Volgens de theorie van Nyquist moet een signaal minimaal worden gesampled met een dubbele frequentie ofwel een matrix van 2x2 pixels.

    En dan nog iets. Als het sterbeeldje te klein is om die 2x2 matrix te beslaan, mag ik dan de guidetelescoop iets uit focus brengen om zo toch nog aan die voorwaarde te voldoen of is een goede focus kritisch voor goede guiding?

    Kan iemand mij helpen om uit te zoeken waarom die Efinder (f=100mm) samen met een CCD met een pixelgrootte van 7 micrometer in staat is om een telescoop met een brandpunt van f=1000mm te guiden?

    Laat een reactie achter ::


  • Paul Gerlach
    antwoordde :
    Ik heb mij er iets meer in verdiept (ben ook wat later daardoor naar bed gegaan ).

    Centraal in dit vraagstuk staat de resolutie waarmee je aan het imaging en guiden bent. Ofwel hoeveel hemel wordt er op elke pixel van de CCD afgebeeld?
    Ik heb de volgende formule gevonden in het boek 'The new CCD astronomy' van Ron Wodaski:

    R = (P * 206) / f

    waarbij:
    R (resolutie in boogsec. per pixel)
    P (pixelgrootte in micrometer)
    f (brandpuntsafstand van het systeem)

    Laten we zeggen de we imaging doen met een brandpuntsafstand van 812mm en de CCD een pixelgrootte heeft van 9 micrometer.
    We krijgen dan een resolutie van:

    R = 2,28 boogsec. / pixel

    De seeing zorgt ervoor dat je, gemiddeld genomen, niet met een hogere resolutie kunt imagen dan 2-4 boogseconden (hangt natuurlijk van je waarnemingsomgeving af). De camera van het imaging systeem is dus goed afgestemd op de telescoop.

    Wat mag R nu zijn voor het autoguiding systeem?

    Een sterbeeldje is een schijfje op de CCD die een aantal pixels omvat.
    Het intensiteitsverloop van dit sterbeeldje volgt een 'klokfunctie' (helder in het middel en zwak aan de flanken). De autoguidingsoftware berekend m.b.v. een bepaald algoritme het centrum van deze verdeling en bekijkt in hoeverre dit is veranderd t.o.v. de vorige afbeelding.
    Volgens de makers is de software in staat om een verandering van 1/10 pixel te registreren.

    Als

    R(i) : resolutie van imaging systeem
    R(g) : resolutie van guiding systeem

    Dan moet

    R(g) >= R (i)

    want het guidesysteem moet de afwijking eerder zien dan het imaging systeem.

    Aangezien de seeing de resolutie beperkt tot 2 boogsec. kunnen we zeggen dat de ondergrens in dit geval is:

    R(g) = 2 boogsec./pixel

    Nu zou je dus denken: f(g) = f(i)

    Echter, de software is in staat om op een tiende van een pixel de positie van het sterbeeld te bepalen. We kunnen dus de werkelijke R(g) dus met een factor tien verhogen (dus de resolutie verlagen).

    R(g) = 20

    Ofwel,

    f(g) = (206 * 9) / 20 -> f(g) = 92,7 mm !!

    Hierbij ga ik er wel vanuit dat we imaging en guiding doen met een gelijke pixelgrootte.
    Deze waarde voor f(g) is een ondergrens. Het ST-4 camera heeft een pixelgrootte van 7 micrometer. Samen met de eFinder ( f(g) = 100mm) is dit systeem inderdaad in staat om te autoguiden.

    Laat een reactie achter ::


  • Arend van der Salm
    antwoordde :
    Hoi,

    Nee, dat klopt wel hoor. Je moet dat in principe kunnen berekenen.
    Moet ik me misschien maar eens in verdiepen.

    gr Arend

    Laat een reactie achter ::


  • SkyGuy
    antwoordde :
    Mischien krijg je automatisch een hogere vergroting omdat je een autoguider gebruikt. Mijn lpi is bijvoorbeeld te vergelijken met een 6mm occulair. Als je weet welke vergrotingen je imager en guider geven dan weet je met welke verhouding je aan het werken bent....

    Of zit ik nu te zwetsen..

    Laat een reactie achter ::


  • Arend van der Salm
    antwoordde :
    Hmmm,

    met die vraag loop ik ook een tijdje rond. Zelf autoguide ik met een 500 mm terwijl mijn hoofd telescoop 560 mm is. Als ik het brandpunt van de volgkijker d.m.v een barlow verhoog blijkt dat dit niet veel uitmaakt.
    Je krijgt namelijk meer problemen met de seeing

    Het sterretje gaat meer dansen waardoor de guider een beetje in de war raakt. Zijn er mensen die dit herkennen ?

    gr Arend

    Laat een reactie achter ::


  • Paul Gerlach
    antwoordde :
    Ja, dat zou ik ook denken.
    Echter, her en der op internet wordt gesproken over een verhouding van 1/2 als er gebruik gemaakt wordt van autoguiding.
    Wat mij nog meer in verwarring brengt is het gebruik van de zgn. 'eFinder Assembly'. Dit is een lens met een brandpunt van 100mm (f/4). Samen met een ST-4 zou dat een nauwkeurigheid van 1 boogseconde opleveren (zie quote)!
    Als dit klopt zou ik mijn telescoop (f=812mm, f/4) met een fotolens kunnen autoguiden!

    eFINDER ASSEMBLY

    The eFinder is a recommended accessory for the STV and it works equally well on the ST-237A and ST-5C cameras. Only the focal reducer lens may be used on the ST-4, however, because the eFinder extension tube attached to the camera head by t-threads and the 1.25" nosepiece on the ST-4 does not unscrew. To use the eFinder assembly on the STV, ST-237A or ST-5C one simply unscrews the 1.25" nosepiece and replaces it with the eFinder assembly

    The eFinder consists of the focal reducer lens described above plus the 3 inch long "eFinder" extension tube which together form a 100mm focal length f/4 telescope. When mounted piggy back on a larger telescope, the combination forms an electronic finderscope and guide scope with a field of view of 2.7 by 2.0 degrees (1.4 by 2.0 degrees with the ST-5C). This image scale makes comparison of the displayed image with a star chart very easy. This combination is also sensitive enough to show any star in Uranometria with a 3 second exposure.

    As a guide scope the eFinder will autoguide to better than 1 arc second accuracy (depending on the quality of your mount). With its wide field of view there will virtually always be a guide star in the field of view without having to search for one. This means that the eFinder assembly can be securely fastened without being concerned about having to adjust its pointing to find guide stars. By locking the eFinder down tight on the main scope you minimize the problems associated with differential deflection of a guide scope. The CCD head and eFinder assembly is only about 5" long overall and weighs little more than a pound. This makes it exceptionally easy to guide telescopes up to about approximately 100" in focal length. Of course, no separate guide scope can detect a shift in the position of an SCT's primary mirror. For this reason, or when doing longer exposures particularly with long focal length scopes, the STV equipped with the FR237 may be used in an off-axis guider for best results.

    Laat een reactie achter ::


  • ralon73
    antwoordde :
    Paul,

    Ik probeer zelf altijd minimaal dezelfde brandpuntafstand voor de guidescope te hanteren als de telescoop waardoor gefotografeerd wordt.

    Met de huidige autoguiding programma's is dat voldoende.

    Raimond.

    Laat een reactie achter ::


  • Paul Gerlach
    started a topic Autoguide vraag

    Autoguide vraag

    Hallo allemaal,

    Ik heb een vraag over autoguiding.
    Wat is de juiste verhouding tussen de brandpuntsafstand van de hoofdtelescoop en de volgtelescoop als er gebruik gemaakt wordt van autoguiding?
    Of misschien nog sterker; wat is de minimale brandpuntsafstand om toch nog nauwkeurig genoeg te kunnen autoguiden? Als guide camera wil ik een DSI Pro gaan gebruiken.
Werken...
X