31 januari 2012 : Dubbelsterren en de maan
Het weer lijkt voor de verandering eens een paar dagen helder en stabiel te zijn. Dus, mooi op tijd de telescoop buiten gezet zodat er na het avondeten meteen mee gekeken kon worden.
Nou ben ik als het op deepsky aankomt al redelijk gehandicapt omdat ik bijna tegen een transportbedrijf aan woon waar altijd de lichten aanblijven, en nu was de maan er ook nog bij.
Dus ik moest wat anders verzinnen dan zwakke neveltjes en stelseltjes bekijken.
Op aanraden van Roel (bedankt voor de tip!) ben ik maar begonnen met de maan. Aan het begin van de avond stond deze lekker hoog en vergrotingen tot 200x werden makkelijk getolereerd. Wat een prachtig gezicht is dat toch, om met zo'n vergroting de terminator af te speuren naar kraters, rillen en bergen. Rupes Recta zelf was niet te zien maar hij verraadde zichzelf door een rechte lijn die het licht van het donker scheidde. Daar achter, in de schaduw, ving de rand van het kratertje Birt A nog wat zonlicht waardoor het een eenzaam kringetje van licht werd in de schaduw.
Ook Hadley Rille was goed te zien en vanwege het schaduwspel in de omliggende kraters en bergketens ben ik hier maar even blijven hangen om me te vergapen aan de veelheid aan details.
Toen leek het mij een goed idee om de Alpen vallei eens goed te bekijken om te zien of de rille, die daar op de bodem ligt, ook te zien is met een 8'' sct. Ik heb niks kunnen ontdekken maar ik denk dat als ik een beter moment uit zou kiezen (in verband met de schaduwval) met betere seeing, dat het te doen moet zijn.
Ondertussen bedacht ik me dat het tijd werd om eens een blik te werpen op Jupiter. Net als de vorige keer had ik de mazzel dat er net een schaduwovergang bezig was. Io stond pal tegen de schijf van Jupiter aan en wierp een mooie schaduw op de planeet. Een vergroting van 160x bleek het mooiste resultaat te geven. Er waren 4 duidelijke wolkenbanden te ontwaren en bij de zuidelijke equatoriale band hadden de onder- en bovenrand een veel donkerder bruine kleur dan het midden van de band. Ook leek de rode vlek net in beeld te draaien maar daar was ik op dat moment niet zeker van (later speurwerk bevestigde dat dit inderdaad de grs was). Iets later was er ook nog een langwerpige donkere vlek te zien in de noordelijke equatoriale band.
Het begon toch wel behoorlijk fris te worden ondertussen, dus ben ik eerst maar eens een bakje koffie gaan drinken om de bevriezingsverschijnselen een beetje te onderdrukken.
Toen was het tijd voor een paar dubbelsterren. Ik ben maar begonnen met Castor, ofwel alpha Geminorum. Volgens mijn lijstje (ergens van internet geplukt) gaat het om twee sterren met magnitudes van 1,9 en 2,9 die 2 boogseconden uit elkaar staan. Een blik met een vergroting van 100x is voldoende om dit paar te scheiden en dat verraste me een beetje. Toen ik afgelopen herfst Epsilon Lyrae had bekeken had ik een veel hogere vergroting nodig om ze te scheiden terwijl hier ook ongeveer 2 boogseconden tussen zit. Vreemd. Later blijkt dat de schijnbare afstand tussen beide componenten varieert tussen ongeveer 2 en 6 boogseconden over een lange periode.
Door naar de volgende, namelijk Rigel. Ik had op het forum gelezen dat dit een mooi paar was om te bekijken en dat bleek helemaal te kloppen. Bij een vergroting van 160x was de zwakkere begeleider mooi te zien naast zijn heldere metgezel. Het valt bij dit paar echt goed op wat de nabijheid van een zeer heldere ster doet met de zichtbaarheid van sterren die op zichzelf makkelijk met een verrekijker te zien zijn. Rigel B heeft namelijk een helderheid van mag. 6.7 en staat op 10 boogseconden van Rigel zelf.
Dan is beta Monocerotis aan de beurt. Dit blijkt een drie-dubbelster systeem te zijn. Een eerste blik op 160x laat drie blauwe componenten zien die lekker dicht bij elkaar staan. B en C staan 2,8 boogseconden uit elkaar en hebben een helderheid van respectievelijk mag. 5,4 en 5,6. Op 7,4 boogseconden afstand staat component A met een helderheid van 4,6. Dit is echt een aanrader als je van dubbelsterren houdt!
Nu Orion op zijn hoogste punt stond had ik mooi de gelegenheid om het trapezium nog even mee te nemen. Helaas was de seeing niet geweldig goed dus de sterren werden bij een vergroting van 206x behoorlijk vette blobs. Component E liet zich vrij snel zien en was ongeveer 75% van de tijd zichtbaar. F gaf zich echter veel minder snel gewonnen tot ik hem ineens zag opduiken en na een seconde weer zag verdwijnen in de seeing. Dit gebeuren herhaalde zich nog een aantal keer wat mij de waarneming deed bevestigen. Daarna ben ik nog even bij M42 blijven hangen om bij verschillende vergrotingen de nevel te bekijken. Zelfs bij hoge vergroting is dit een heel mooi complex met vele helderheidsverschillen en structuren.
Toen uiteindelijk om een uur of tien mijn arme handjes wel heel erg begonnen te protesteren tegen de kou vond ik het welletjes en was het tijd om op te ruimen. Een blik op de thermometer gaf aan dat het ongeveer min 6 was en met die straffe wind erbij was het behoorlijk afzien.
Ondanks de diepvries temperaturen was het een geslaagde avond.



Met citaat reageren