Om nog maar een leuke discussie te starten:
Ik zag laatst een programma dat verklaarde hoe tijd werkt bij snelheden grenzend aan die van het licht. De tijd gaat langzamer om te verhinderen dat de lichtsnelheid overschreden wordt.
De metafoor was een trein die met een snelheid van bijna die van het licht gaat. Als er iemand in die trein snel vooruit zou rennen zou die persoon de snelheid van het licht overschrijden. Daarom zou de natuur de tijd exponentieel langzamer laten velopen naarmate de trein dichter bij de lichtsnelheid komt.
Dit kan ik nog volgen, maar dan:
Wat gebeurt er met de fotonen die daadwerkelijk de snelheid van het licht hebben? Staat de tijd voor die fotonen dan helemaal stil? Betekent dit dat als ik een stelsel van duizenden lichtjaren afstand door mijn kijker zie, dat dit licht net zo "jong" is als toen het het object verliet? En als dit zo is wat betekent dit dan voor wat wij zien en hoe de toestand van de betreffende objecten nu is? Is het immers niet zo dat wij vaak zeggen dat wat je nu ziet, eigenlijk is zoals het vroeger was? Maar als het licht nog maar 1 nanoseconde oud is. klopt dit dan wel?
Groet,
Daniel



Met citaat reageren
