Ik kom veel vragen tegen hier op het forum over hoe je schetsen maakt. Iedereen maakt zijn schetsen op zijn eigen manier, maar ik zal hier beschrijven hoe ik het doe. Als je ook wilt vertellen hoe je je schetsen maakt, dan mag dat in dit topic.
Het schetsen van (deepsky)objecten is een leuke toevoeging voor bij je waarneemverslagen. Niet alleen observeer je het object beter (en ga je hierdoor steeds meer zien), maar het is ook nog eens handig en leuk als naslagwerkje en vergelijkingsmateriaal. En het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn! Er zijn verschillende manieren om schetsen te maken. Hieronder zal ik beschrijven welke manier ik gebruik.
Allereerst moet je ervoor zorgen dat je ogen goed aan het donker gewend zijn. Je ziet meer als je al een tijdje in het donker gestaan hebt, omdat je pupil zich dan verwijdt en meer licht opvangt. Zorg er daarom ook voor dat je een niet te fel, rood lampje gebruikt bij het schetsen (wit en anderskleurig licht vernauwt je pupil juist waardoor je minder sterlicht opvangt en dus minder details kunt onderscheiden).
Als je een interessant object gevonden hebt dat je wilt schetsen, ga je aan de slag. Sommige waarnemers maken hun definitieve schets als ze achter de telescoop staan. Ikzelf maak een ruwe schets met een HB potlood op een voorgedrukt formulier met een cirkel. Deze cirkel komt overeen met hetgeen je door je oculair ziet. Vervolgens maak ik de ruwe schets hetzelfde als op onderstaande manier die ik gebruik om de schets uit te werken.
Omschrijf zo goed mogelijk wat je ziet: waar de nevel (of ander object) het helderst is, welke gedeeltes je alleen ziet door perifeer (net naast het object) te kijken etc.
Thuis ga ik de ruwe schets vervolgens uitwerken op een voorgedrukt schetsvel. Hierop staan een cirkel en ruimte voor details zoals: de gebruikte telescoop, objectnaam, type, magnitude, seeing, vergroting, filters e.d. Ook laat ik ruimte over voor een korte beschrijving van het object.
Materiaal
Je kunt met veel verschillende materialen schetsen, zoals houtskool, pastelstaafjes en potloden. Ik gebruik zelf het liefste potloden. Deze zijn in verschillende hardheden verkrijgbaar. Een gum en slijper zijn natuurlijk onmisbaar bij het maken van de definitieve schets. Een doezelaar is erg handig als je nevels wilt maken, maar een wattenstaafje of gewoon je vinger voldoet ook prima. Een doezelaar is papier dat heel strak is opgerold en heeft aan beide uiteinden een punt, zoals die van een potlood.
Het maken van de schets
Voor je begint geef je eventueel de windrichting aan op je schets. Daar waar het object uit beeld loopt is het westen. Het ligt eraan welke kijker je gebruikt waar het noorden is. In spiegelkijkers ligt het noorden tegen de wijzers van de klok in (zie schets). Als je een sterrenstelsel wilt schetsen geef je als eerste met een dunne streep aan waar het object zich bevindt. Hierdoor kun je je beter oriënteren en de sterren op de juiste plek intekenen.
Vervolgens teken je met een HB potlood eerst de helderste sterren. Je kunt hierdoor beter bepalen waar de zwakkere sterren moeten komen. Indien je een nevel wilt schetsen geef je ruw aan waar de nevel staat en hoe groot die ongeveer is.
Daarna teken je de zwakkere sterren. De helderste sterren worden iets groter en duidelijker getekend dan de zwakkere. Als je een open sterrenhoop hebt geschetst dan ben je nu klaar.
Nu de sterren zijn ingetekend is het tijd om de objecten uit te werken. In dit voorbeeld zie je links een sterrenstelsel en rechts een nevel. Heldere gebieden teken je met een zacht potlood (bijvoorbeeld een 2B), de lichtere gedeeltes met een harder potlood (bijvoorbeeld HB of 1H). Maak je nog geen zorgen over lijnen of krassen die het potlood maakt, die gaan we dadelijk wegwerken. Ook gaan we ervoor zorgen dat, als bepaalde gebieden te donker zijn, ze wat lichter gemaakt worden.
Nu gaan we de schets afwerken. De lijnen gaan we wegwerken en we gaan ervoor zorgen dat de kleuren beter in elkaar overlopen. Het beste kun je hiervoor de doezelaar of het wattenstaafje gebruiken.
Wrijf hiermee over de plekken die te donker zijn, om het grafiet van het potlood uit te smeren. Ook kun je zo bepaalde gedeeltes donkerder of lichter maken. Op deze manier kun je ook de krassen wegwerken.
Als een object een gloed uitstraalt, dan kun je deze ook met de doezelaar of met het wattenstaafje maken, maar gewoon met je vinger werkt ook goed. Door in rondjes over het object heen te wrijven wordt het grafiet mooi rond verspreid. Hoe donkerder de waas, hoe langer en harder je met je vinger er overheen wrijft. Met een gum kun je de overtollige waas weghalen.
Als je schets dan helemaal klaar is kun je hem inscannen. In een teken- of fotoprogramma (bijvoorbeeld Paint of Irfanview) kun je de schets op negatief zetten zodat je een zwarte achtergrond hebt.
Als je geen scanner hebt kun je eventueel ook een foto van de schets maken en op je pc uploaden.
Mijn schetsen zijn hier terug te vinden.










Met citaat reageren